ECLI:NL:RBDHA:2025:20868

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
NL25.32694
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 13 DublinverordeningArt. 22 Dublinverordening
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Sudan

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 21 mei 2023 en viel onder een besluitmoratorium voor Sudan dat liep van 8 juli 2023 tot 6 juli 2024. Hierdoor werd de beslistermijn verlengd tot maximaal 21 maanden.

De minister heeft de aanvraag op 12 juli 2023 gemeld aan de Italiaanse autoriteiten, die op 13 september 2023 verantwoordelijk werden. Omdat eiser niet binnen zes maanden werd overgedragen, werd de minister per 14 maart 2024 weer verantwoordelijk voor de aanvraag en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Door het besluitmoratorium werd deze termijn met een jaar verlengd tot 14 september 2025.

Eiser stelde de minister op 3 juli 2025 in gebreke, maar de rechtbank oordeelde dat dit te vroeg was omdat de beslistermijn nog niet verstreken was. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.32694
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. L.J.H. Hoven-Kohl), en
de minister van Asiel en Migratie,de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. De minister heeft de aanvraag op 21 mei 2023 ontvangen. Op 12 juli 2023 heeft de minister een claimverzoek voor de aanvraag van eiser ingediend bij de Italiaanse autoriteiten.3 Op 13 september 2023 zijn de Italiaanse autoriteiten verantwoordelijk geworden voor de aanvraag.4 Vervolgens is eiser niet binnen zes maanden overgedragen aan de Italiaanse autoriteiten. De minister is daarom per 14 maart 2024 verantwoordelijk
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening.
4 Artikel 22, eerste en zevende lid, van de Dublinverordening.
geworden voor de aanvraag van de eiser.5 De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na verantwoordelijk te zijn geworden voor de aanvraag beslissen.6
4. Eiser komt uit Sudan. Met ingang van 8 juli 2023 tot en met 6 juli 2024 gold voor Sudan een besluitmoratorium.7 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.8
5. De minister dient uiterlijk op 14 september 2025 te beslissen op de aanvraag (14 maart 2024 + zes maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). Eiser heeft de minister op 3 juli 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet verstreken. De ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend. Het beroep is daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van
C.A.A.W. van der Heijden, griffier.
5 Artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening.
6 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
7 Stcrt. 2023, 18540 en Stcrt. 2024, 146.
8 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van Pro het Besluit instellen besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen Sudan.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
02 september 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.