ECLI:NL:RBDHA:2025:20895
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op bezwaar verblijfsvergunning
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 15 januari 2025 nam de minister alsnog een besluit op het bezwaar, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen op het bezwaar. Op grond hiervan kan de rechtbank de minister veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Gezien het lichte gewicht van de zaak en het beperkte belang hanteert de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 op het standaardbedrag voor proceskosten bij inschakeling van professionele juridische hulp. De rechtbank kent een bedrag van €453,50 toe en veroordeelt de minister tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 28 oktober 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €453,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op het bezwaar.