ECLI:NL:RBDHA:2025:20912
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
In deze zaak heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het beroep tegen een besluit van de Minister van Asiel en Migratie af te wachten. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk behandeld omdat verzoeker het griffierecht niet heeft betaald, wat een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Verzoeker is per aangetekende brief op 11 april 2025 in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te voldoen. De brief is volgens PostNL bezorgd bij de gemachtigde van verzoeker, maar betaling is uitgebleven en er is geen geldige reden voor het verzuim gegeven.
Op grond van de artikelen 8:82 en 8:41 van de Awb verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 4 november 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.