ECLI:NL:RBDHA:2025:2100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Soedanese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat volgens de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag gelden vanwege tekortkomingen in het Poolse asiel- en opvangsysteem en zijn persoonlijke ervaringen, waaronder mishandeling bij de grens. De rechtbank overwoog dat de minister in beginsel mag uitgaan van het vertrouwensbeginsel, tenzij eiser met concrete en objectieve aanwijzingen het tegendeel aannemelijk maakt.
De rechtbank vond de aangevoerde argumenten onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te weerleggen. De minister had voldoende gemotiveerd waarom hij de aanvraag niet aan zich had getrokken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Polen heeft met een claimakkoord gegarandeerd de aanvraag te behandelen en zich aan internationale verplichtingen te houden.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 12 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.