ECLI:NL:RBDHA:2025:21020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de minister binnen een 8+8-wekenmodel een besluit moest nemen, met een dwangsom bij overschrijding. De minister nam uiteindelijk op 24 juni 2025 alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk.
De rechtbank overwoog dat het alsnog nemen van een besluit niet automatisch recht geeft op proceskostenvergoeding. Voor een proceskostenveroordeling moet het beroep ontvankelijk zijn, wat inhoudt dat de maximale beslistermijn van zestien weken na de eerdere uitspraak moet zijn verstreken. Op het moment van het indienen van het beroep was deze termijn nog niet verstreken, waardoor het beroep te vroeg was en niet-ontvankelijk.
Daarom bestaat geen recht op vergoeding van proceskosten en wijst de rechtbank het verzoek af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.