ECLI:NL:RBDHA:2025:21074
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging van het bevel tot inbewaringstelling in faillissementsprocedure wegens niet-nakoming informatieplicht
In het faillissement van de gefailleerde heeft de curator verzocht om verlenging van het bevel tot inbewaringstelling, omdat de gefailleerde onvoldoende informatie verstrekt over diverse activa die tot de boedel behoren. De curator stelt dat ondanks eerdere verzoeken en bezoeken de gefailleerde niet alle gevraagde gegevens heeft aangeleverd en tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven.
De rechter-commissaris ondersteunt het verzoek van de curator. De gefailleerde betoogt dat hij wel meewerkt en dat verlenging geen toegevoegde waarde heeft, mede vanwege gezondheidsklachten en de omstandigheden in detentie.
De rechtbank oordeelt dat de gronden voor inbewaringstelling onverminderd aanwezig zijn en dat de voortgezette inbreuk op de persoonlijke vrijheid gerechtvaardigd is. De informatie die de gefailleerde heeft verstrekt is onvoldoende en niet volledig onderbouwd. De rechtbank acht verlenging proportioneel en subsidiariteit is gewaarborgd, aangezien minder ingrijpende maatregelen niet effectief worden geacht.
Daarom wordt het bevel tot inbewaringstelling verlengd met dertig dagen, ingaande 22 oktober 2025.
Uitkomst: De rechtbank verlengt het bevel tot inbewaringstelling van de gefailleerde met dertig dagen wegens onvoldoende medewerking aan de informatieplicht.