ECLI:NL:RBDHA:2025:21074
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging van het bevel tot inbewaringstelling in faillissementszaak
In de zaak van het faillissement van [gefailleerde], geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats], heeft de curator op 10 oktober 2025 verzocht om verlenging van de inbewaringstelling van de gefailleerde. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder de voordracht van de rechter-commissaris en het verzoekschrift van de curator. De rechtbank heeft vastgesteld dat de inbewaringstelling op 22 september 2025 tenuitvoergelegd is en dat [gefailleerde] op die dag is aangehouden. Tijdens een verhoor op 24 september 2025 is gebleken dat [gefailleerde] niet voldoet aan zijn informatieverplichtingen, wat de curator heeft doen besluiten om de inbewaringstelling te verlengen. De curator heeft aangegeven dat [gefailleerde] onvoldoende informatie heeft verstrekt over activa die tot de boedel behoren, waaronder sieraden en voertuigen. De rechter-commissaris steunt het verzoek van de curator, en de rechtbank heeft op 20 oktober 2025 besloten de inbewaringstelling met dertig dagen te verlengen, ingaande 22 oktober 2025. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gronden voor de inbewaringstelling nog steeds aanwezig zijn, en dat de huidige situatie een voortgezette inbreuk op de persoonlijke vrijheid van [gefailleerde] rechtvaardigt. De rechtbank heeft ook overwogen dat een minder ingrijpende maatregel niet mogelijk is, gezien de eerdere toezeggingen van [gefailleerde] om medewerking te verlenen die niet zijn nagekomen.