ECLI:NL:RBDHA:2025:21107
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaas verzoeker wegens ongeloofwaardigheid IPOB-lidmaatschap
De rechtbank Den Haag heeft op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in de zaak van een Nigeriaanse asielzoeker die beroep instelde tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De verzoeker vreesde terugkeer naar Nigeria vanwege zijn lidmaatschap van de IPOB, problemen met een geheim genootschap EKPE en andere persoonlijke omstandigheden. De minister van Asiel en Migratie had de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid van de verzoeker terecht in twijfel trok, met name over het IPOB-lidmaatschap. De door de verzoeker overgelegde bewijsstukken, zoals een lidmaatschapskaart en een foto van een demonstratie, werden als onvoldoende en mogelijk bewerkt beoordeeld. Ook was er sprake van tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en ontbrak een spoedige aanvraag na eerdere afwijzingen.
Daarnaast vond de rechtbank dat de minister niet tekort was geschoten in de samenwerkingsverplichting ondanks het verzoek van de verzoeker om toegang tot zijn telefoon en internet tijdens vreemdelingenbewaring. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De verzoeker kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.