4.2.Op grond van de geloofwaardige motieven kan eiser volgens verweerder niet als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag worden aangemerkt. Ook zijn deze motieven onvoldoende zwaarwegend om aan te nemen dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.Verweerder heeft de opvolgende asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser zijn aanvraag enkel heeft ingediend om zijn uitzetting uit te stellen of te verijdelen, omdat zijn aanvraag een opvolgende aanvraag is, die niet niet-ontvankelijk is verklaard en omdat eiser niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was. Daarbij heeft verweerder het eerder opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod gehandhaafd.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Nu de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, prejudiciële vragen heeft gesteld over de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling van verweerder, had verweerder de zaak uit zorgvuldigheid moeten aanhouden. Verder heeft verweerder ten aanzien van het IPOB-lidmaatschap te veel nadruk gelegd op bewijs dat eiser, gelet op de context van de organisatie en het repressief optreden tegen aanhangers van de organisatie, niet kan verkrijgen. Verweerder had de beschikbare aanwijzingen in samenhang met de landeninformatie moeten meewegen.
Ook heeft verweerder eisers verklaringen over zijn lidmaatschap niet in samenhang met de landeninformatie beoordeeld en niet gemotiveerd waarom zijn verklaringen niet aannemelijk zijn. Eiser verwijst daarbij naar het Algemeen Ambtsbericht Nigeria uit 2023. Eiser stelt zich verder op het standpunt hij op basis van zijn lidmaatschap van IPOB, zijn activiteiten in Nederland en op basis van de perceptie van verbondenheid met IPOB gevaar loopt in Nigeria. Ter zitting heeft eiser aan de gronden van zijn beroep toegevoegd dat verweerder de samenwerkingsverplichting heeft geschonden door het verzoek van eiser, die in vreemdelingenbewaring zit, om twee uur lang toegang tot zijn telefoon en internet om zijn gemachtigde van documenten te kunnen voorzien, af te wijzen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank oordeelt dat verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
7. De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft op 6 maart 2025 uitspraak gedaan over de nieuwe werkwijze van verweerder voor de geloofwaardigheidsbeoordeling.Uit deze uitspraak volgt dat de nieuwe werkwijze geen verhoogde bewijsmaatstaf bevat die in strijd is met het Unierecht. Wel moet verweerder alle omstandigheden in een specifiek geval altijd in samenhang beoordelen om tot een conclusie over de geloofwaardigheid te komen. De cumulatieve voorwaarden uit artikel 31, zesde lid, van de Vwkunnen dus niet als strikte checklist worden getoetst door verweerder. De rechtbank ziet, gelet op voornoemde uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, geen aanleiding te wachten op de beantwoording door het Hof van Justitie van de Europese Unie van de gestelde prejudiciële vragen.
Geloofwaardigheid asielmotieven
8. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder in deze zaak deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij het IPOB-lidmaatschap van eiser ongeloofwaardig vindt.
9. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd om zijn lidmaatschap te onderbouwen en daarvoor geen goede verklaring heeft gegeven. Verweerder kan de door eiser overgelegde kopie van zijn lidmaatschapskaart van IPOB en de door eiser overgelegde foto van zijn deelname aan een demonstratie niet verifiëren. Ten aanzien van de foto heeft verweerder ook kunnen tegenwerpen dat de lichtval en hoek waarop eiser zou staan niet overeenkomt met de rest van de foto, waardoor de foto er bewerkt uit ziet.