ECLI:NL:RBDHA:2025:2111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister wegens vertraagde beslissing asielaanvraag
Verzoekster diende beroep in tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig had beslist op haar asielaanvraag. Op 13 december 2024 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting en stelde vast dat de minister aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen. Op basis van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kon de rechtbank de minister veroordelen in de proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteerde de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 op het standaardbedrag van €875,-. De minister werd veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €437,50. Er waren geen overige kosten die vergoed konden worden.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman en griffier L.M. Kalkman op 11 februari 2025, en is openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €437,50 aan proceskosten wegens te late beslissing op de asielaanvraag.