Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:21173

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
NL24.11788
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft gemeld dat eiseres op 10 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact meer heeft onderhouden met haar gemachtigde of relevante instanties. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres geen prijs meer stelt op de bescherming die zij aanvankelijk zocht in Nederland.

De rechtbank baseert zich op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin wordt aangenomen dat een vreemdeling die vertrekt zonder contact te onderhouden met de gemachtigde of instanties, geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Omdat eiseres geen procesbelang meer heeft, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De geplande zitting op 18 december 2025 is komen te vervallen en het onderzoek is gesloten op 3 november 2025. De uitspraak is gedaan door rechter L.E.M. Wilbers-Taselaar en griffier J.B.C. Hoeksel.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.11788

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. J. de Jong),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: P. Ozturk).

Procesverloop

Bij besluit van 13 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) afgewezen.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij bericht van 22 oktober 2025 heeft verweerder gemeld dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken.
Desgevraagd hebben partijen verklaard dat zij geen gebruik willen maken van het recht om ter zitting gehoord te worden. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat de geplande behandeling van het beroep op de zitting van 18 december 2025 achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 3 november 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij haar beroep.
2. Bij bericht van 22 oktober 2025 heeft verweerder aangegeven dat eiseres op 10 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Ter onderbouwing hiervan heeft verweerder een screenshot van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) overgelegd. Niet is gebleken dat zij zich inmiddels weer heeft gemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, het COA, de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel of de Dienst Terugkeer en Vertrek. De gemachtigde van eiseres heeft bij bericht van 30 oktober 2025 aangegeven dat zij geen contact meer heeft met eiseres.
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit moet worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt. In dat geval wordt in beginsel aangenomen dat hij nog wel prijs stelt op bescherming in Nederland.
4. Nu eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met haar gemachtigde, moet ervan uit worden gegaan dat zij geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Gelet hierop heeft zij geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
5. Het beroep zal wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.