ECLI:NL:RBDHA:2025:21240

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
NL25.53533
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, betoogde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege termijnoverschrijding, onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting, het ontbreken van een lichter middel, en het ontbreken van uitzicht op uitzetting.

De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en dat alleen het rechtmatigheid vanaf dat moment moest worden beoordeeld. Hoewel de rechtbank constateerde dat het vooronderzoek niet binnen de wettelijke termijn was gesloten, leidde deze termijnoverschrijding niet tot schending van de belangen van eiser. De rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld door het indienen van een lp-aanvraag en het herhaaldelijk rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten.

Verder was de stelling dat een lichter middel had moeten worden toegepast onvoldoende onderbouwd en was er zicht op uitzetting aanwezig. Eiser had ook onvoldoende inspanningen verricht om de uitzetting te bespoedigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.53533

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 9 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 10 november 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 2004.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 september 2025 [1] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in dat beroep op 24 september 2025.
4. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift is ingediend op 31 oktober 2025. Volgens artikel 96, eerste lid, van de Vw sluit de rechtbank het vooronderzoek binnen een week na ontvangst van het beroepschrift. Dit betekent dat de rechtbank het vooronderzoek uiterlijk 7 november 2025 had moeten sluiten. De rechtbank heeft het vooronderzoek echter pas op 10 november 2025 gesloten. Deze termijn is dus overschreden. Aangezien de rechtbank wel overeenkomstig artikel 96, tweede lid, van de Vw uitspraak doet op het vervolgberoep binnen één week nadat zij het vooronderzoek had moeten sluiten en de uitspraak wordt gedaan binnen veertien dagen na het instellen van het vervolgberoep, ziet de rechtbank geen aanleiding om het voortduren van de maatregel van bewaring vanwege de enkele genoemde termijnoverschrijding onrechtmatig te achten. Eiser is als gevolg van de termijnoverschrijding niet in zijn belangen geschaad.
5. Eiser voert aan dat verweerder niet voldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting. Eiser heeft immers verklaard dat hij niet over documenten beschikt en hier ook niet aan kan komen. Hij heeft geen contact met zijn zus. Dit had aanleiding voor verweerder moeten zijn om de zaak onder speciale aandacht van de Marokkaanse autoriteiten te brengen. Van verweerder mag verwacht worden dat hij alles in het werk stelt om eiser zo spoedig mogelijk uit te zetten. Eiser kan niet aan zijn inspanningsverplichtingen voldoen. Verder stelt eiser dat de gronden de maatregel niet kunnen dragen, dat ten onrechte geen lichter middel is opgelegd en dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn.
De rechtbank oordeelt als volgt.
6. In de uitspraak van 25 september 2025 zijn de gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen, beoordeeld. Uit de uitspraak volgt dat de gronden voldoende zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. De stelling van eiser dat verweerder had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel is niet onderbouwd. Niet is gebleken van omstandigheden die de maatregel van bewaring onevenredig bezwarend maakt. Deze beroepsgronden slagen daarom niet.
7. In zijn algemeenheid is zicht op uitzetting naar Marokko aanwezig. De omstandigheid dat nog geen lp [2] is afgegeven, betekent niet dat dit uitzicht in eisers geval niet bestaat. Uit het enkele feit dat nog niet is gereageerd op de rappels kan niet worden afgeleid dat de Marokkaanse autoriteiten zullen weigeren aan eiser een lp te verstrekken.
8. Uit het voortgangsrapport blijkt dat de lp aanvraag op 12 september 2025 is verzonden aan de Marokkaanse autoriteiten. Verweerder heeft vervolgens op 25 september 2025 en op 16 oktober 2025 gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten. Verder is op 11 september 2025 en op 9 oktober 2025 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Dit acht de rechtbank voldoende voortvarend. Daarbij komt dat eiser tot dusverre geen aantoonbare inspanningen heeft verricht om de afgifte van een lp te bespoedigen. Dat hij geen contact heeft met zijn zus, maakt niet dat hij niet op andere manieren aan zijn inspanningsverplichting kan voldoen, door bijvoorbeeld contact op te nemen met het Marokkaanse consulaat of met de Marokkaanse ambassade.
9. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 11 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Laissez-passer.