ECLI:NL:RBDHA:2025:21251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier zelfstandige wegens mvv-vereiste
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 21 januari 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag op 6 maart 2025 af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet van het mvv-vereiste was vrijgesteld. Het bezwaar van eiser werd bij besluit van 13 augustus 2025 eveneens afgewezen.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag tegen deze afwijzing en voerde aan dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste in strijd zou zijn met het Turks associatierecht. De rechtbank liet partijen weten dat een zitting niet nodig was en sloot het onderzoek zonder zitting.
De rechtbank overwoog dat eerdere uitspraken van dezelfde rechtbank, waaronder van 1 november 2024 en 9 april 2025, reeds hadden geoordeeld dat het mvv-vereiste terecht werd toegepast bij Turkse onderdanen die als zelfstandige willen werken. Omdat de beroepsgronden van eiser overeenkwamen met eerdere, reeds afgewezen gronden, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
De afwijzing van de aanvraag blijft daarmee in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.W.B. Heijmans en griffier C.G.H. van der Holst op 11 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige is ongegrond verklaard.