De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie behandeld, waarin de minister de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaarde omdat eiser al internationale bescherming geniet in Cyprus.
Eiser, afkomstig uit Syrië en Koerd, betwistte dat zijn internationale bescherming in Cyprus nog geldig is en voerde aan dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden en spanningen op Cyprus niet veilig is. Tevens stelde hij dat hij een zienswijze had ingediend die door de minister niet was meegenomen.
De rechtbank stelde vast dat eiser de zienswijze wel degelijk had verzonden naar het juiste faxnummer en dat het niet meenemen hiervan voor rekening van de minister komt. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had gegeven om aan te nemen dat zijn bescherming in Cyprus is beëindigd of dat hij daar onrechtmatig wordt behandeld.
De rechtbank handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser.