Eiseres, een afvalverwerkingsbedrijf, verzocht om een omgevingsvergunning voor uitbreiding van haar activiteiten op een perceel dat zij huurde via een keten van overeenkomsten, waarvan de laatste huurovereenkomst op 31 december 2019 was geëindigd. De gemeente Rotterdam, eigenaar van het perceel, gaf geen toestemming voor intensiever gebruik. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen geldige huurovereenkomst meer heeft en slechts op basis van een toezegging van een wethouder tijdelijk op het perceel mag blijven.
Eiseres stelde dat zij haar bedrijfsactiviteiten mocht voortzetten en uitbreiden, maar de rechtbank concludeert dat de gemeente als rechthebbende geen toestemming geeft en dat het plan daarom niet kan worden verwezenlijkt. Dit betekent dat eiseres geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat haar verzoek geen aanvraag is.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om een omgevingsvergunning ongegrond, het beroep tegen de brief van 24 september 2024 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit dat geen dwangsom is verschuldigd ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf op 13 november 2025.