Eiser diende op 8 mei 2024 een tweede asielaanvraag in, welke door de minister op 29 april 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep en concludeert dat de minister terecht het lidmaatschap van de Southern Cameroons National Council (SCNC) en deelname aan protesten ongeloofwaardig achtte.
Hoewel eiser bewijsstukken overlegde, waaronder een lidmaatschapskaart en een arrestatiebevel, kon de echtheid hiervan niet worden vastgesteld. De minister mocht deze documenten terecht niet als objectief bewijs aanvaarden. Ook de politieke overtuiging van eiser werd als geloofwaardig erkend, maar het risico op vervolging werd niet aannemelijk geacht omdat eiser niet onder negatieve aandacht van autoriteiten staat en geen politieke activiteiten in Kameroen verrichtte.
Daarnaast mocht de minister een binnenlands beschermingsalternatief aanvoeren voor de gebieden Yaoundé, Douala en Bafoussam, waar eiser veilig zou kunnen verblijven. De rechtbank oordeelt dat de aanvraag terecht werd afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.