Eiser, die stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn, werd op 16 september 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat uitzetting niet mogelijk is omdat de Algerijnse autoriteiten zijn nationaliteit niet bevestigen en het laissez passer-traject is afgesloten. De minister stelde dat eiser onvoldoende meewerkt en dat er zicht is op uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat sinds het sluiten van het laissez passer-traject op 27 oktober 2025 geen concreet zicht meer bestaat op uitzetting naar Algerije. De minister heeft geen nieuwe aanvraag ingediend en het onderzoek naar vingerafdrukken leidde niet tot bevestiging van nationaliteit. Medewerking van eiser is niet effectief zolang de Algerijnse autoriteiten niet meewerken.
Daarom is het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig en beveelt de rechtbank opheffing per 12 november 2025. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.600 voor zestien dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten van €907. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.