Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
1.De procedure
2.De feiten
6.II.D. in de zaken tegen [eiseres] c.s.
service fee) minus de in dit verband gemaakte kosten en verschuldigde belastingen. De vordering zal aldus worden toegewezen. De dwangsom voor de opgave zal worden toegewezen, enigszins gematigd. Voorts zal aan het totaal van te verbeuren dwangsommen een maximum worden verbonden.
- [eiseres] niet (conform onderdeel 10.29 onder a) per opdrachtgever en per transactie opgave heeft gedaan van de gefaciliteerde diensten;
- [eiseres] geen foto’s van de betreffende producten (die zij bij inslag en uitslag maakt) heeft verstrekt;
- [eiseres] haar opgave van de nettowinst (in strijd met onderdeel 10.29 aanhef en onder b van het Vonnis) heeft beperkt tot de in rekening gebrachte
.Tot slot heeft [gedaagden] aangegeven dat zij van mening is dat [eiseres] dwangsommen verbeurt vanaf 7 januari 2024 vanwege het niet doen van een juiste en volledige opgave, maar dat zij (nog) niet voornemens deze dwangsommen op korte termijn aan te zeggen.
2.11 Uit de beantwoording van de vragen van [gedaagden, sub 1] volgt dat [eiseres] bereid is de opgave “onverplicht” aan te vullen op de volgende punten:
2.4 Zoals hiervoor nogmaals is bevestigd, is [eiseres] bereid om een aangepaste Opgavelijst
3.26 In punt 2.4 en 2.5 van uw brief stelt u dat [eiseres] bereid is om een aangepaste opgavelijst te verstrekken met de informatie als genoemd in punt 2.1. sub 2 en 3 van uw brief, onder de voorwaarde dat er daarna voor [gedaagden, sub 1] geen nadere bezwaren zullen bestaan tegen de vorm en indeling van deze opgavelijst. [gedaagden, sub 1] maakt uit dit voorstel op dat [eiseres] nog steeds weigert om een opgave te doen “per transactie” zoals (dictumonderdeel 10.29 van) het Vonnis verordonneert.
4.20. De slotsom is dat naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter [eiseres] tijdig en volledig heeft voldaan aan het Opgavebevel van het Vonnis, zodat voldoende aannemelijk is dat [eiseres] in verband daarmee geen dwangsommen heeft verbeurd. Het (dreigen met) innen van dwangsommen door [gedaagden] levert daarom misbruik van (executie)bevoegdheid op. (…)”
- het Uniewoordmerk [merk 7] VODKA, geregistreerd op 29 augustus 2017 onder registratienummer 016706434 voor onder meer waren in klasse 33 (wodka);
- het Uniebeeldmerk zoals hieronder weergegeven, geregistreerd op 20 mei 2011 onder registratienummer 009588864 voor waren in klasse 33 (alcoholhoudende dranken (uitgezonderd bieren), wijnen, spiritualiën, wodka):
3.Het geschil
- veroordeling van [eiseres] tot vergoeding van de schade die [gedaagden, sub 4] heeft geleden door het onrechtmatig handelen van [eiseres] , op te maken bij staat en te vereffenen zoals voorzien in de wet en/of, zulks ter keuze van [gedaagden, sub 4] , afdracht van de door [eiseres] met het onrechtmatig handelen genoten nettowinst, vermeerderd met de wettelijke rente;
- veroordeling van [eiseres] tot het doen van opgave, vergezeld van kopieën van relevante documenten, van alle diensten die [eiseres] heeft verleend met betrekking tot flessen [merk 7] -wodka waarover [eiseres] [gedaagden, sub 4] tot op heden geen informatie heeft verstrekt;
- veroordeling in de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv, vermeerderd met de nakosten.
4.De beoordeling
een en ander gerangschiktper jaar,
per transactie, waaronder ook begrepen de beslagen producten;
red flags’) van belang. Ook van belang zijn de mogelijkheden (bijvoorbeeld maatregelen) die de dienstverlener ten dienste staan om merkinbreuk te beëindigen en (verdere) inbreuk voorkomen. Het, na in kennis te zijn gesteld van een concrete inbreuk, niet aanwenden van deze mogelijkheden, kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn jegens de merkhouder. [8]
red flags) van belang zijn. Ook de gerechtvaardigde belangen van de merkhouder spelen een rol. [10]
red flags(zoals de ongebruikelijke goederenstromen via onbekende althans fictieve partijen, ontvangst van valse facturen, flessen met dezelfde valse lotcodes) zijn naar het oordeel van de rechtbank ook niet zodanig duidelijke aanwijzingen voor merkinbreuk dat [eiseres] zich hiervan bewust had moeten zijn. Bij het achteraf nader bestuderen en het naast elkaar leggen van facturen en andere omstandigheden kunnen wellicht onregelmatigheden worden ontdekt, maar daaruit volgt niet dat die onregelmatigheden door een tussenpersoon als [eiseres] meteen gesignaleerd hadden moeten worden. Van handelen door [eiseres] in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt is dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken.