Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 5 augustus 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, hetgeen werd bevestigd door Eurodac-gegevens en een claimakkoord met Duitsland.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen asielaanvraag had gedaan, mishandeld was en geen adequate medische zorg had ontvangen, en dat terugkeer naar Duitsland een schending van zijn rechten zou betekenen. De rechtbank stelde vast dat eiser wel degelijk een asielaanvraag in Duitsland had ingediend en dat Duitsland de verantwoordelijkheid draagt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen met voldoende bewijs van structurele tekortkomingen of mishandeling.
De rechtbank wees het beroep af omdat het onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat terugkeer naar Duitsland leidt tot schending van het non-refoulementbeginsel. Ook werd het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel niet geschonden. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.