Eisers, allen van Jezidi-afkomst en afkomstig uit Irak, dienden op 14 maart 2023 asielaanvragen in Nederland in. Verweerder wees deze aanvragen op 27 augustus 2025 af als kennelijk ongegrond, stellende dat eisers geen individueel risico liepen op vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Irak. Eisers betwistten dit en stelden dat zij vanwege hun afkomst niet naar Sinjar of het ontheemdenkamp in de Koerdische Autonome Regio (KAR) kunnen terugkeren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers naar het ontheemdenkamp kunnen terugkeren, terwijl uit verklaringen van eisers en algemene landeninformatie blijkt dat de situatie daar ernstig problematisch is, met meldingen van discriminatie, geweld en bedreigingen. Verweerder heeft nagelaten deze omstandigheden adequaat te beoordelen en heeft onvoldoende rekening gehouden met de sociale en maatschappelijke beperkingen die eisers ondervinden.
De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten wegens een motiveringsgebrek en draagt verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen, rekening houdend met deze uitspraak. Verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.