Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser/verzoeker, hierna: eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
.Het beroep is gegrond, omdat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij een terugkeerbesluit heeft opgelegd voor Zuid-Afrika. De rechtbank is echter van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de identiteit van eiser en de problemen vanwege de betrokkenheid van eiser bij de RPP partij ongeloofwaardig zijn. Ook heeft verweerder terecht een terugkeerbesluit voor Nepal en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank bepaalt dan ook dat door het motiveringsgebrek het bestreden besluit gedeeltelijk vernietigd wordt, maar dat dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit voor het overige in stand blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Bestreden besluit
De uitleg van het Hof in de arresten FMS e.a. en M e.a. sluit echter niet uit dat in een terugkeerbesluit meer landen van terugkeer worden genoemd als er voor de betrokken vreemdeling meer mogelijke landen in beeld zijn. Die situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een vreemdeling banden heeft met verschillende derde landen, aliassen heeft gebruikt of er concrete aanwijzingen zijn dat hij uit een ander land komt dan hij stelt. Ook biedt de uitleg van het Hof ruimte om bij meeromvattende beschikkingen die ook een terugkeerbesluit omvatten, het land van terugkeer uit de motivering van de beschikking af te leiden’.
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 907,-