ECLI:NL:RBDHA:2025:21448
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid bevestigd door rechtbank
Eiser diende op 13 juni 2023 een asielaanvraag in die op 20 oktober 2023 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Eiser stelde beroep in op 26 mei 2025, ruim anderhalf jaar na het besluit, maar de rechtbank oordeelde dat het besluit pas op 21 mei 2025 persoonlijk aan eiser was uitgereikt, waardoor het beroep tijdig was ingediend.
De rechtbank behandelde het beroep op 7 november 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank verwierp het betoog dat eiser ten onrechte niet was gehoord, omdat eiser niet op de uitnodiging voor het gehoor was verschenen en geen zienswijze had ingediend.
Ook de stelling dat het bestreden besluit geen bezwaarclausule bevatte werd verworpen, aangezien het besluit duidelijk vermeldde dat binnen een week beroep kon worden ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.