ECLI:NL:RBDHA:2025:21514
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 26 augustus 2025 af in de algemene procedure wegens kennelijke ongegrondheid. Verzoekster stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de beroepszaak op 12 november 2025. Verzoekster en haar gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van de minister wel deelnam. Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de rechtbank op 14 november 2025 uitspraak gedaan op het beroep.
Gezien de uitspraak op het beroep achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep.