ECLI:NL:RBDHA:2025:21518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser is sinds 19 september 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 10 oktober 2025 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was. Het huidige beroep richt zich op het voortduren van deze maatregel na het sluiten van het onderzoek op 7 oktober 2025.
Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, mede omdat hij niet over documenten beschikt en niet kan voldoen aan zijn medewerkingsverplichting. De rechtbank oordeelt echter dat de minister voldoende voortvarend is, gezien de aanvraag van een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten, het schriftelijk rappelleren en het vertrekgesprek met eiser. Eiser heeft meerdere mogelijkheden om aan zijn medewerkingsverplichting te voldoen, maar heeft dit niet gedaan.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het oordeel dat de maatregel rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.