ECLI:NL:RBDHA:2025:21519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en verzwaarde belangenafweging in vreemdelingenrecht
De minister heeft op 17 mei 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 lid 1 onder Pro a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser is sindsdien gedetineerd en heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel, met een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder al twee keren over deze maatregel geoordeeld, waarbij de rechtmatigheid tot 20 augustus 2025 werd bevestigd.
In deze uitspraak toetst de rechtbank of het voortduren van de maatregel na 20 augustus 2025 rechtmatig is. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de minister onvoldoende voortvarend is. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder het indienen van een aanvraag voor een laissez-passer bij de Egyptische autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken met eiser. Hoewel afspraken met de Egyptische vertegenwoordiger werden uitgesteld, is uiteindelijk een gesprek gevoerd met positieve verwachtingen.
Verder stelt eiser dat de verzwaarde belangenafweging in zijn voordeel moet uitvallen omdat hij actief meewerkt en de detentie onredelijk is. De rechtbank stelt vast dat de minister heeft gemotiveerd dat eiser onvoldoende meewerkt aan de vaststelling van zijn identiteit en terugkeer, en dat de medische situatie geen onredelijke bezwarendheid oplevert. De rechtbank concludeert dat de verzwaarde belangenafweging terecht in het voordeel van de minister uitvalt.
Ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de maatregel van bewaring blijft van kracht en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.