ECLI:NL:RBDHA:2025:21554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 24 april 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië tussen 14 december 2024 en 13 juni 2025 is de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 24 oktober 2025 viel.
Eiser stelde de minister op 25 juli 2025 schriftelijk in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is een ingebrekestelling pas geldig als deze na het verstrijken van de beslistermijn wordt gedaan. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier S.J. Simorangkir, en bekendgemaakt op 10 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.