ECLI:NL:RBDHA:2025:21590

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
NL25.54376
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Richtlijn 2008/115/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak wegens niet-meewerken aan terugkeer

Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is meerdere malen in bewaring gesteld op grond van het terugkeerbesluit vanwege illegaal verblijf en het niet meewerken aan zijn terugkeer naar Algerije. Hij stelde dat de maximale termijn van zes maanden bewaring was overschreden door samenrekening van eerdere en huidige bewaring, en dat een verzwaarde belangenafweging had moeten plaatsvinden.

De rechtbank oordeelt dat de conclusie van de Advocaat-Generaal in de zaak Aroja niet bindend is en dat het hof hierover nog geen arrest heeft gewezen. De verplichting tot beëindiging van illegaal verblijf is niet tijdsgebonden en kan leiden tot nieuwe bewaring als er zicht is op uitzetting en de vreemdeling niet meewerkt.

Eiser heeft zich niet gehouden aan zijn terugkeerverplichting, is na eerdere bewaring naar Frankrijk vertrokken zonder vrijwillig terug te keren, en weigert medewerking. De terugkeerprocedure is daarom niet beëindigd. De maatregel van bewaring is rechtmatig opgelegd zonder verzwaarde belangenafweging. Het zicht op uitzetting ontbreekt niet, mede doordat verweerder regelmatig rappelleert bij Algerijnse autoriteiten.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54376

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 27 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2025 op zitting behandeld. Eiser is, met behulp van een videoverbinding, verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2004 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Aan eiser is eerder een maatregel van bewaring opgelegd van 10 december 2024 tot en met 23 mei 2025. [2] Deze maatregel van bewaring is net als de huidige maatregel van bewaring gestoeld op het terugkeerbesluit van 13 november 2023. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten een verzwaarde belangenafweging te maken voorafgaand aan de oplegging van de huidige maatregel van bewaring, omdat de maximale termijn van zes maanden is overschreden. Eiser stelt namelijk, onder verwijzing naar de Conclusie van de AG [3] L. Medina in de zaak Aroja [4] , dat alle periodes van de inbewaringstelling op grond van de Terugkeerrichtlijn [5] en hetzelfde terugkeerbesluit bij elkaar moeten worden opgeteld om te bepalen of de maximale termijn is overschreden, zodat in zijn geval hiervan sprake is.
3. De rechtbank volgt eiser hierin niet. De rechtbank stelt voorop dat de Conclusie van de AG een conclusie betreft en het Hof in deze zaak nog geen arrest heeft gewezen, zodat de rechtbank niet gehouden is deze conclusie te volgen. Daarnaast sluit de rechtbank niet uit dat het Hof de voornoemde Conclusie gaat volgen, maar deze wellicht zal nuanceren door ruimte open te laten voor een nieuwe maatregel van bewaring na een zeker tijdsverloop of indien sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, waaruit zicht op uitzetting volgt en bij een niet meewerkende houding van de vreemdeling en/ of bij een gevaar voor de openbare orde. Verweerder is namelijk verplicht om illegaal verblijf te beëindigen en deze verplichting is niet in tijd beperkt en ook niet gekoppeld aan de maximale duur van de bewaring.
4. Hierop volgend voert eiser aan dat in zijn geval slechts sprake is van tijdsverloop ten opzichte van de eerdere maatregel van bewaring en verder nieuwe feiten en omstandigheden ontbreken. De vorige maatregel van bewaring is onder meer opgeheven, omdat eiser heeft aangegeven niet te zullen meewerken aan zijn vertrek. Ook op dit moment wil eiser niet meewerken aan zijn terugkeer naar Algerije, zodat slechts tijdsverloop onvoldoende is om de huidige maatregel van bewaring op te leggen. Daarnaast ontbreekt het zicht op uitzetting naar Algerije door eisers niet-meewerkende houding, aldus eiser.
5. Zoals in rechtsoverweging drie is opgenomen, is verweerder verplicht illegaal verblijf te beëindigen en is deze verplichting niet in tijd beperkt of gekoppeld aan de maximale duur van de maatregel van bewaring. De rechtbank stelt dan ook vast dat in eisers geval de terugkeerprocedure niet is beëindigd, omdat hij zich niet heeft gehouden aan zijn terugkeerverplichting en is ter zitting gebleken dat verweerder, ook in de periode dat eiser niet in bewaring was gesteld, voortvarend blijft handelen om tot eisers uitzetting te komen door onder meer regelmatig te rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten. Eiser is na de opheffing van de eerdere maatregel van bewaring naar Frankrijk vertrokken, maar heeft zich hiermee niet gehouden aan zijn terugkeerverplichting. Daarnaast heeft eiser op geen enkele wijze pogingen gedaan om op vrijwillige basis naar Algerije terug te keren. Hij heeft immers meermaals aangegeven niet te willen meewerken aan zijn terugkeerverplichting, zodat de rechtbank van oordeel is dat verweerder de huidige maatregel van bewaring heeft kunnen opleggen zonder daaraan voorafgaand een verzwaarde belangenafweging te maken.
6. Verder is de rechtbank van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Algerije, of in het bijzonder van eiser, is komen te ontbreken. De rechtbank verwijst in dit verband allereerst naar de uitspraak van de Afdeling [6] van 27 februari 2025. [7] Uit het dossier blijkt verder dat de LP [8] -aanvraag sinds december 2024 loopt en laatstelijk op 7 november 2025 is gerappelleerd. Op eiser rust verder de verplichting om voldoende medewerking te verlenen aan zijn terugkeer. Dat hij meermaals heeft aangegeven niet te willen en zullen meewerken, maakt niet dat om die reden het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt.
7. Verder leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep ongegrond; en
 wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
3.Advocaat-Generaal.
4.Concl. A-G L. Medina 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:667.
5.Richtlijn 2008/115/EG.
6.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.ABRvS 27 febrauri 2025, ECLI:NL:RVS:2025:722.
8.Laissez-passer.