Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:21591

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/09/682420 / FA RK 25-2228
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 267 RvArt. 269 RvArt. 1:412 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uitoefening erfgenaamschap wegens onzeker bestaan erfgenaam

Op 24 oktober 2025 heeft de rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak waarin verzoekers machtiging vroegen tot het uitoefenen van het recht van erfgenaam namens een vermiste erfgenaam. De erfgenaam, verweerder, is sinds 2006 niet meer in Nederland woonachtig en zijn verblijfplaats is onbekend. Verzoekers, broers, zussen en een neef van de erflater, hebben geen contact met verweerder en hebben via openbare oproepen en politieonderzoek geprobeerd hem te vinden zonder succes.

De rechtbank oordeelt op grond van artikel 1:412 BW Pro dat het bestaan van verweerder onzeker is en dat verzoekers daarom gemachtigd kunnen worden om namens hem het erfgenaamschap uit te oefenen. Het primaire verzoek wordt toegewezen, waardoor subsidiaire verzoeken zoals het instellen van een afwezigheidsbewind niet meer aan de orde zijn.

De erflater is op 2 september 2024 overleden zonder testament en zonder afstammelingen in rechte lijn. Verzoekers hebben de nalatenschap zuiver aanvaard en worden nu gemachtigd om het erfdeel van verweerder te beheren. De rechtbank is bevoegd omdat de woonplaats van verweerder niet vastgesteld kon worden en verweerder niet is verschenen op de openbare oproepzitting.

Uitkomst: Verzoekers worden gemachtigd het erfgenaamschap van de vermiste erfgenaam uit te oefenen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2228
Zaaknummer: C/09/682420
Datum beschikking: 24 oktober 2025
Machtiging tot het uitoefenen van het recht van erfgenaam
Beschikkingop het op 24 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:

1.[verzoekster 1] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

2.[verzoekster 2] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

3.[verzoekster 3] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland,
en

4.[verzoekster 4] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

5.[verzoeker 1] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

6.[verzoekster 5] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

7.[verzoekster 6] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

8.[verzoekster 7] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

9.[verzoekster 8] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

10.[verzoeker 2] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

11.[verzoekster 9] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna samen te noemen: verzoekers,
advocaat: mr. J.P. den Besten in Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[verweerder] ,
verweerder,
volgens de Registratie Niet Ingezetenen (hierna: RNI) sinds [datum 1] 2006 geëmigreerd met adres onbekend.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 7 mei 2025 van verzoekers, met bijlagen
  • het bericht van 5 oktober 2025 van verzoekers.
Verweerder is openbaar opgeroepen voor een zogenoemde oproepzitting van 11 augustus 2025 door middel van een advertentie in de op 4 juli 2025 verschenen editie van de Staatscourant, nr. 23431. Verweerder is niet op de oproepzitting verschenen.
Feiten
  • Op 2 september 2024 is in Hilversum overleden [de erflater] (hierna: de erflater), geboren op [geboortedatum 1] 1956 in [geboorteplaats 1] .
  • Erflater was ten tijde van het overlijden niet gehuwd of als partner in de zin van de Wet op het geregistreerd partnerschap geregistreerd en erflater heeft geen afstammelingen in de rechte lijn.
  • Erflater heeft niet in Nederland bij testament over zijn nalatenschap beschikt
  • Verzoekers zijn broers, zussen en een neef van erflater.
  • Verzoeker hebben de nalatenschap van erflater zuiver aanvaard.
Verzoek en verweer
Verzoekers verzoeken, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
om hen te machtigen de rechten van verweerder als erfgenaam in de nalatenschap van erflater te kunnen uitoefenen;
subsidiair: om een afwezigheidsbewind in te stellen ten aanzien van het aan verweerder toekomende deel van de nalatenschap van erflater en [naam 1] te benoemen als bewindvoerder;
meer subsidiair: om verweerder een termijn te stellen van één maand dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, waarbinnen verweerder de nalatenschap moet aanvaarden of verwerpen.
Verweerder heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Machtiging tot uitoefening recht van erfgenaam
Bevoegdheid
Op grond van artikel 267 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken van afwezigheid of vermissing bevoegd de rechter van de verlaten woonplaats van de afwezige of vermiste. Deze bepaling wordt aangevuld door artikel 269 Rv Pro, inhoudende dat als de artikelen 262 tot en met 268 geen bevoegde rechter aanwijzen de rechtbank Den Haag bevoegd is. In deze procedure kon van de afwezige of vermiste – in casu verweerder – de verlaten woonplaats niet worden vastgesteld. Deze rechtbank is dus bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:412 eerste Pro lid van het Burgerlijk Wetboek verleent de rechtbank, wanneer aan een persoon wiens bestaan onzeker is een erfdeel of een legaat opkomt, waartoe, indien hij niet in leven mocht zijn, anderen zouden zijn gerechtigd, aan die anderen op hun verzoek machtiging tot de uitoefening van het recht van erfgenaam of legataris.
Ontvankelijkheid
Verzoekers zijn in ieder geval de wettige erfgenamen in de nalatenschap van de erflater. Om die reden zijn verzoekers ontvankelijk in hun primaire verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Verzoekers stellen dat het bestaan van verweerder onzeker is. Verweerder is de zoon van [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 2] is op [datum 2] 2017 overleden. Van het bestaan van verweerder wisten verzoekers, met uitzondering van verzoeker onder 10. die na het overlijden van [naam 2] hierover is geïnformeerd door de politie, niet af. Verzoekers hebben geen contact met verweerder en beschikken niet over zijn contactgegevens. Verweerder is geboren op [geboortedatum 2] 2002 in [geboorteplaats 2] .
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat op grond van de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) moet worden aangenomen dat verweerder een zoon is van [naam 2] . Volgens een uittreksel uit het BRP is verweerder niet woonachtig in Nederland en staat verweerder sinds [datum 1] 2006 RNI geregistreerd met land onbekend. Verzoekers zijn daarom niet bekend met naar welk land verweerder destijds is vertrokken. Verzoekers hebben een openbare oproep op Facebook geplaatst dat zij op zoek zijn naar verweerder, maar gebleken is dat dit niet heeft geleid tot contact met verweerder of het verkrijgen van nadere gegevens op basis waarvan door verzoekers verder gezocht kan worden naar verweerder. Daarnaast hebben verzoekers via de politie Midden-Nederland getracht meer informatie te ontvangen over het bestaan en de verblijfplaats van verweerder. De politie heeft hieraan tot op heden geen medewerking verleend. De rechtbank constateert tot slot dat verweerder ook via de openbare oproep voor de zitting van 11 augustus 2025 niet is verschenen. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verzoekers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het bestaan van verweerder onzeker is. De rechtbank zal het primaire verzoek daarom toewijzen.
Omdat de rechtbank het primaire verzoek van verzoekers zal toewijzen, hoeven het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek van verzoekers niet meer te worden besproken.
Beslissing
De rechtbank:
verleent aan verzoekers machtiging tot het uitoefenen van het recht van erfgenaam van het aan verweerder opgekomen erfdeel in voornoemde nalatenschap van de erflater.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 oktober 2025.