Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun opvolgende aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvragen op 21 juni 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Ondanks ingebrekestelling op 7 juli 2025 heeft de minister niet binnen de wettelijke termijn besloten.
De rechtbank oordeelt dat de beroepen gegrond zijn en vernietigt het besluit van niet tijdig beslissen. De minister krijgt een termijn van zestien weken om alsnog te besluiten, waarbij binnen acht weken na verzending van het vonnis nadere gehoren moet plaatsvinden en binnen acht weken daarna de besluiten bekendgemaakt moeten worden.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag overschrijding van de termijn. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseressen van €453,50, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De rechtbank ziet de zaken als samenhangend en beperkt de dwangsom en vergoeding tot één zaak.