ECLI:NL:RBDHA:2025:21646

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
NL24.35680
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag van Egyptische eiseres op basis van politieke activiteiten en risicoprofiel

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van een Egyptische eiseres, die op 12 september 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indiende. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 20 augustus 2024 afgewezen, met als reden dat de aanvraag ongegrond was. Eiseres is van Egyptische nationaliteit en heeft politieke problemen ervaren in Egypte, waaronder de moord op haar man door de autoriteiten en problemen met de staatsveiligheidsdienst. De rechtbank heeft de beroepsgronden van eiseres beoordeeld en geconcludeerd dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft gesteld dat eiseres niet valt onder de risicogroep van politieke opposanten, omdat haar politieke activiteiten marginaal van aard zijn en niet hebben geleid tot significante problemen met de autoriteiten. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de problemen van eiseres niet verband houden met haar politieke overtuiging. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en geen vergoeding van proceskosten ontvangt. De uitspraak is gedaan op 12 november 2025.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.35680
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. L. Sinoo),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: I. Lodders).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft op 12 september 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 augustus 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, S. Saaid als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
6. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres stelt van Egyptische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1972. Zij heeft Egypte verlaten vanwege politieke problemen. Zij is tot 2013 politiek actief geweest. Haar man was politiek actief voor de Moslimbroederschap en is volgens eiseres in 2017 door de autoriteiten vermoord. Eiseres heeft daarover interviews gegeven aan oppositiezenders. Eiseres heeft in 2019 verschillende bezoeken gehad van de staatsveiligheidsdienst die op zoek waren naar de dochter van eiseres. Daarnaast heeft eiseres problemen gehad met het uitvoeren van haar onderneming en een conflict met haar buren. Voor dit conflict kan zij geen bescherming krijgen van de autoriteiten. Eiseres vreest voor de staatsveiligheidsdienst.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
  • Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • Politieke activiteiten;
  • Problemen vanwege politieke activiteiten.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de eerste twee relevante elementen geloofwaardig zijn. De minister vindt het niet geloofwaardig dat eiseres vanwege haar politieke activiteiten problemen heeft gekregen met de veiligheidsdiensten, met het uitvoeren van haar onderneming en met haar buren. Eiseres heeft geen documenten overgelegd met betrekking tot de invallen van de veiligheidsdiensten. Niet is gebleken dat de invallen te maken zouden hebben met de interviews die eiseres heeft gegeven. Ook waren de invallen niet persoonlijk op eiseres gericht, maar waren de veiligheidsdiensten op zoek naar haar dochter. De minister is verder van mening dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in verband met onderdrukking van de Egyptische autoriteiten niet in staat is gesteld om een onderneming te starten. Ook heeft eiseres niet onderbouwd hoe de ruzie met haar buren verband houdt met de gestelde problemen met de autoriteiten. Eiseres valt niet onder een risicogroep, omdat de politieke activiteiten die zij heeft verricht van marginale aard zijn. Het is niet aannemelijk dat eiseres in de negatieve aandacht staat bij de autoriteiten. De minister heeft daarom de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Verder heeft de minister een terugkeerbesluit aan eiseres uitgevaardigd waaruit volgt dat eiseres Nederland binnen vier weken moet verlaten en moet terugkeren naar Egypte.
Onjuiste duiding element 3
8. Eiseres voert aan dat de minister het derde relevante element onjuist heeft geduid. Eiseres heeft niet enkel problemen ondervonden naar aanleiding van haar eigen politieke activiteiten. Zij heeft ook problemen ondervonden vanwege de politieke activiteiten van haar man en dochter.
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister het derde element juist heeft geduid. Hiertoe heeft de minister mogen overwegen dat niet is gebleken dat eiseres door de Egyptische autoriteiten wordt gezocht vanwege de politieke overtuiging van haar man of haar dochter. De invallen door de veiligheidsdiensten waren niet persoonlijk op eiseres gericht, de autoriteiten waren op zoek naar haar dochter. De minister wijst er in dat verband terecht op dat eiseres na 2019 geen bezoek heeft gehad van de veiligheidsdienst. Ook was eiseres opgeroepen bij de veiligheidsdiensten vanwege haar andere dochter en kon eiseres het gebouw zonder problemen verlaten. Niet is gebleken dat eiseres wordt gezocht en problemen heeft ervaren vanwege de politieke activiteiten van haar man en dochter. De omstandigheid dat eiseres vanwege haar dochters geconfronteerd is met invallen in de woning en dat zij bevraagd is door de veiligheidsdienst, is onvoldoende deze omstandigheden op zich als zelfstandig relevant element te zien. De beroepsgrond slaagt niet.
De problemen van eiseres
10. Eiseres heeft in haar verklaringen verschillende problemen genoemd en die toegeschreven aan haar politieke activiteiten in het verleden, dan wel aan die van haar man of haar dochters. De rechtbank is van oordeel dat de minister in het besluit en het daaraan voorafgaande voornemen toereikend heeft gemotiveerd dat de problemen die eiseres aan haar asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd er niet op wijzen dat deze verband houden met haar politieke overtuiging of die van anderen. De minister heeft ook toereikend gemotiveerd dat eiseres als familielid van politieke opposanten in ieder geval vanaf 2020 geen problemen heeft ondervonden die verband houden met die politieke activiteiten.

Risicogroep of risicoprofiel

11. Eiseres voert aan dat zij behoort tot een risicogroep die met geringe indicaties voor bescherming in aanmerking komt. Eiseres en familieleden waren politiek actief in Egypte. Haar man is als gevolg van zijn politieke activiteiten vermoord door de autoriteiten en haar dochter is uit Egypte gevlucht. Eiseres loopt een verhoogd risico op de negatieve aandacht van de Egyptische autoriteiten en dit is in het bestreden besluit miskend.

De beleidswijziging

12. Met het Wijzigingsbesluit van de Vc (WBV) 2024/12 van 13 juni 2024 is het groepenbeleid komen te vervallen en is de minister overgestapt naar risicoprofielen. Dit besluit is op 1 juli 2024 in werking getreden. Voor een vreemdeling die tot een aangewezen risicogroep behoorde, gold een lagere bewijslast in de vorm van “geringe indicaties”. Een vreemdeling kon (al) met een geringe indicatie zijn vrees voor vervolging of het reëel risico op ernstige schade aannemelijk maken. Met de ingang van het WBV 2024/12 gebruikt de minister risicoprofielen. Met de kwalificatie als risicoprofiel wordt aangegeven dat een bepaald profiel in algemene zin een bepaalde mate van risico kan lopen in een bepaald land. Het individualiseringsvereiste krijgt in dit nieuwe kader van de risicoprofielen meer nadruk, waarbij de bewijslast om de gestelde vrees aannemelijk te maken eerst bij de vreemdeling ligt.1 Het is voor een vreemdeling niet meer mogelijk om zijn vrees met geringe indicaties aannemelijk te maken. De minister beoordeelt of de vreemdeling, gelet op zijn persoonlijk profiel en persoonlijke activiteiten binnen de groep in combinatie met landeninformatie gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade.
13. In het landgebonden beleid voor Egypte werden voor 1 juli 2024 de volgende categorieën vreemdelingen door de minister aangemerkt als risicogroep: (online) journalisten, mensenrechtenverdedigers of politieke opposanten/activisten, die significante kritiek hebben geuit op de autoriteiten of het regeringsbeleid (als een vreemdeling de kritiek in het openbaar heeft geuit, zal hiervan al snel sprake zijn) en LHBTI. Dit volgde uit paragraaf C7/3.2 van de Vc. In het huidig landgebonden beleid worden de volgende categorieën vreemdelingen aangemerkt als risicoprofielen: (online) journalisten, mensenrechtenverdedigers of politieke opposanten/activisten en LHBTIQ+. Dit is opgenomen in paragraaf C7/12.3.2 van de Vc.
1. Zie ook de brief van de Staatssecretaris van Justitie en veiligheid van 5 maart 2024, 19 637, nr. 3211, p. 5.
Welk beleid is van toepassing op eiseres?
14. Het nieuwe beleid is in werking getreden op 1 juli 2024, na het nemen van het voornemen en vóór het nemen van het bestreden besluit. Het bestreden besluit is gebaseerd op het oude beleid. De minister gebruikt in het besluit de formulering “geringe indicaties” en wijst op geen enkele wijze naar het nieuwe beleid. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit is gebaseerd op het nieuwe beleid. De rechtbank volgt de minister dan ook niet in de stelling dat er sprake is van een kennelijke verschrijving in het besluit.
15. Het uitgangspunt bij het nemen van een besluit is dat het recht wordt toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt ook voor beleidsregels. Alleen in het geval van bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Gelet op de omstandigheid dat het besluit kort na de beleidswijziging is genomen en de motivering op het oude beleid is gebaseerd zal de rechtbank het besluit beoordelen op basis van het risicogroepenbeleid, zoals dat vóór 1 juli 2024 gold. De aanvullende motivering op basis van het nieuwe beleid laat de rechtbank dan ook buiten beschouwing.

De toepassing van het beleid

16. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft gesteld dat eiseres niet valt onder de risicogroep (online) journalisten, mensenrechtenverdedigers of politieke opposanten/activisten, die significante kritiek hebben geuit op de autoriteiten of het regeringsbeleid. Hiertoe heeft de minister terecht overwogen dat eiseres marginale politieke activiteiten heeft ontplooid en dat zij geen blijk heeft gegeven van een dusdanig sterke onderliggende politieke overtuiging waardoor eiseres onder de categorie politiek opposant of activist valt. De activiteiten die eiseres heeft ontplooid waren marginaal van aard en hebben tot 2013 geduurd. Uit de verklaringen van eiseres over de interviews bij oppositiezenders, blijkt ook niet dat zij significante kritiek heeft geuit op de Egyptische autoriteiten. De minister heeft daarom tot het oordeel kunnen komen dat eiseres niet valt onder een risicogroep. De beroepsgrond slaagt niet.

Het verlopen paspoort van eiseres

17. Eiseres voert aan dat de geldigheidsduur van haar paspoort is verstreken. Als zij terug moet naar Egypte met behulp van een laissez-passer, zal zij staande worden gehouden bij aankomst op het vliegveld voor een onderzoek. Eiseres wijst hierbij naar pagina 109 en 110 van het Algemeen Ambtsbericht van Egypte van 2021 (AAB). Eiseres loopt een verhoogd risico op vervolging en ernstige schade bij terugkeer, nu zij langdurig in Nederland heeft verbleven en zonder geldig paspoort zal moeten terugkeren.
18. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft gesteld dat het risico dat eiseres bij terugkeer staande wordt gehouden nog niet betekent dat er sprake is van een reëel risico op ernstige schade. Dit is aan eiseres om te onderbouwen. Daarnaast mocht de minister erop wijzen dat uit het AAB volgt dat het niet van belang is hoelang een Egyptenaar in het buitenland heeft verbleven met betrekking tot mogelijke risico’s bij terugkeer in Egypte. De minister heeft in dit kader terecht verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 4 september 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:14071). De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

19. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 november 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.