ECLI:NL:RBDHA:2025:21711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 27 augustus 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en de zaak zonder zitting behandeld. De toetsing richtte zich op de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 7 oktober 2025. Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is omdat de Marokkaanse autoriteiten niet reageren op de aanvraag voor een laissez-passer en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Marokko en dat de minister voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder rappels en vertrekgesprekken. Eiser heeft zelf geen aantoonbare inspanningen geleverd om de afgifte van het laissez-passer te bespoedigen. De rechtbank vond geen grond om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.