ECLI:NL:RBDHA:2025:21857
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 26 januari 2024 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft vervolgens een verzoek tot terugname aan Kroatische autoriteiten gedaan, dat op 27 maart 2024 werd geaccepteerd. Door een vertraagde overdracht werd de minister op 28 september 2024 verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag, waarna een beslistermijn van zes maanden gold. Voor Syrië gold een besluitmoratorium van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn met maximaal één jaar kon worden verlengd tot 21 maanden.
De rechtbank oordeelt dat de maximale beslistermijn van 21 maanden begint te lopen vanaf de datum van indiening van de asielaanvraag (26 januari 2024), conform eerdere jurisprudentie. Dit betekent dat de minister uiterlijk op 26 oktober 2025 moet beslissen. Eiser stelde de minister op 23 juli 2025 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn nog niet verstreken was.
Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en komt niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.