ECLI:NL:RBDHA:2025:21968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel vreemdelingenbewaring
De minister van Asiel en Migratie heeft op 29 september 2025 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en besloot het beroep zonder zitting te behandelen.
De rechtbank toetste of het voortduren van de bewaring rechtmatig was sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 14 oktober 2025. Eiser voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was omdat de laissez-passer nog niet was gepresenteerd bij de autoriteiten van het land van herkomst, Algerije. De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting omdat de aanvraag in behandeling is en de minister herhaaldelijk heeft gerappelleerd.
Verder stelde eiser dat hij jong is en detentie schadelijk is voor jongeren, maar de rechtbank stelde vast dat eiser niet met documenten zijn minderjarigheid had onderbouwd en dat de enkele stelling dat bewaring zwaar valt onvoldoende is om de maatregel te wijzigen. De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.