ECLI:NL:RBDHA:2025:22087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon geboren in 2003, diende op 3 september 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, wat bevestigd werd door Eurodac-gegevens en de acceptatie van het overnameverzoek door Duitse autoriteiten.
Eiser stelde dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door geen gelegenheid te geven tot het indienen van een zienswijze en verwees naar onveilige opvangomstandigheden in Duitsland, waaronder bedreiging en diefstal, en stelde dat sprake was van systeemfouten in Duitsland. De rechtbank oordeelde dat verweerder het verzoek om uitstel voor een zienswijze terecht had afgewezen en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat overdracht aan Duitsland een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro oplevert.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Duitsland zijn verplichtingen zal nakomen en wees erop dat eiser klachten kan indienen bij Duitse autoriteiten. Tevens oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht geen gebruik maakte van artikel 17 Dublinverordening Pro om de behandeling aan zich te trekken. Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.