Eiseres is op 28 oktober 2025 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens geldt als verzoek om schadevergoeding. De zaak is schriftelijk behandeld.
De rechtbank overweegt dat het paspoort van eiseres vals is en dat zij geen rechtmatige toegang tot het Schengengebied heeft aangetoond. Verweerder heeft terecht zware gronden tegengeworpen, waaronder het gebruik van valse documenten en het niet voldoen aan toegangsvoorwaarden. Eiseres’ verweer dat zij geen intentie had tot misleiding wordt verworpen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de vrijheidsontnemende maatregel gerechtvaardigd is, gezien het risico op onderduiken en het ontbreken van bijzondere omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. De klachten over de huisvesting in Justitieel Complex Schiphol worden eveneens verworpen, mede gelet op recente jurisprudentie.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.