ECLI:NL:RBDHA:2025:22121
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst wegens relatie met hiërarchisch ondergeschikte
Indigo verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op grond van ernstig verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding, omdat [werknemer] een affectieve relatie had met een hiërarchisch ondergeschikte en dit niet had gemeld, in strijd met de gedragscode.
De rechtbank stelt vast dat hoewel [werknemer] de relatie niet tijdig heeft gemeld, dit niet leidt tot een zodanig ernstig verwijtbaar handelen dat ontbinding gerechtvaardigd is. De relatie was van korte duur, gelijkwaardig en wederzijds, en heeft geen negatieve gevolgen gehad voor de organisatie of de werkvloer.
Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het vertrouwen tussen partijen ernstig en duurzaam is verstoord. Daarnaast zijn minder ingrijpende maatregelen dan ontslag mogelijk geweest, zoals overplaatsing. Het tegenverzoek van [werknemer] tot 100% loonbetaling tijdens ziekte wegens PTSS wordt afgewezen omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat de ziekte verband houdt met het werk bij Indigo.
De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek en het tegenverzoek af en veroordeelt Indigo tot betaling van proceskosten aan [werknemer].
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden en het verzoek tot 100% loonbetaling tijdens ziekte wordt afgewezen.