ECLI:NL:RBDHA:2025:22122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, is op 30 september 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het voortduren van de maatregel getoetst vanaf 8 oktober 2025, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. De stelling van eiser dat geen verzwaarde belangenafweging is gemaakt faalt omdat hij korter dan zes maanden in Nederland is gedetineerd, waardoor een verzwaarde belangenafweging niet vereist is.
De rechtbank bevestigt het eerdere oordeel dat het onttrekkingsrisico onverminderd geldt en dat geen lichter middel doeltreffend is. Ook is er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije, mede gelet op de ingediende aanvraag voor een laissez-passer. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.