ECLI:NL:RBDHA:2025:22123
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf. Nadat het beroep was ingediend, nam de minister alsnog een besluit. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister door het alsnog nemen van het besluit na het indienen van het beroep aan verzoeker is tegemoetgekomen. Daarom is de minister verplicht de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 453,50 en veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 194,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 453,50 en het griffierecht van € 194,-.