Deze uitspraak betreft een omgevingsvergunning voor het oprichten van een appartementencomplex met winkels en commerciële ruimten in Westland. Eiser, een lokale ondernemer, is het niet eens met het besluit van het college van burgemeester en wethouders om de omgevingsvergunning te verlenen. Hij voert verschillende beroepsgronden aan, waaronder de stelling dat de juiste voorbereidingsprocedure niet is gevolgd en dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die niet voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De rechtbank heeft de zaak op 30 september 2025 behandeld, waarbij de gemachtigden van het college en de vergunninghouder aanwezig waren, maar eiser en zijn gemachtigde niet. De rechtbank oordeelt dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend. De rechtbank stelt vast dat er geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening, omdat de vergunde activiteiten geen toename in parkeerbehoefte tot gevolg hebben en het bouwplan niet in strijd is met het paraplubestemmingsplan. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is voorbereid en voldoende gemotiveerd. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard. De omgevingsvergunning blijft in stand en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.