ECLI:NL:RBDHA:2025:22154

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
25/6812
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening wegens geen positief advies voor Convenant Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente om geen positief advies te geven voor het Convenant Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen 2024-2026. Dit besluit betekent dat verzoeker niet met voorrang een passende woning krijgt aangeboden.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet behoort tot de doelgroep van het Convenant. Deze doelgroep bestaat uit zorgafhankelijke inwoners die uitstromen uit instellingen en die Wmo-begeleiding nodig hebben in de thuissituatie, waarbij de gemeente de best passende gemeente is voor ambulante zorg. Verzoeker woont weliswaar in een short stay woning na maatschappelijke opvang, maar voldeed niet aan de voorwaarden voor maatschappelijke opvang en ontving geen Wmo-begeleiding in de thuissituatie.

Hoewel verzoeker een spoedeisend belang heeft vanwege het einde van zijn huurcontract per 31 december 2025 en zijn psychische problematiek, acht de voorzieningenrechter dit onvoldoende om het verzoek toe te wijzen. De voorzieningenrechter concludeert dat het college terecht geen positief advies heeft gegeven en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker niet tot de doelgroep van het Convenant behoort.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/6812

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 november 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. H.S. Huisman),
en

het college van burgemeester en wethouders van [plaats] , het college

(gemachtigde: [naam] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de weigering van het college om een positief advies te geven voor het Convenant Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen [plaats] 2024-2026 (Convenant). Verzoeker krijgt daardoor niet met voorrang een passende woning aangeboden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af
.Verzoeker valt niet onder de doelgroep van het Convenant. Het college heeft terecht geen positief advies gegeven. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Bij primair besluit van 7 april 2025 heeft het college geen positief advies gegeven voor het Convenant. Met het bestreden besluit van 19 juni 2025 op het bezwaar van verzoeker heeft het college het primaire besluit gehandhaafd. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
2.1.
Het college heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3.1.
Volgens verzoeker is sprake van spoedeisend belang omdat hij slechts een jaar mag blijven wonen in zijn short stay huurwoning van [instantie] . Hij heeft inmiddels al bericht ontvangen dat hij per 31 december 2025 zijn huurwoning moet verlaten. Hij is al enige tijd aan het zoeken naar een woning, zowel binnen de regio [plaats] als daarbuiten, waaronder krimpgemeenten. Het is hem tot op heden niet gelukt om een woning te vinden. Dat geeft hem veel stress wat ook niet bevorderlijk is voor zijn psychische klachten. Hij volgt sinds een maand EMDR therapie en muziektherapie in Den Haag. Stabiliteit is van groot belang voor de werking van de therapieën. Als hij niet tijdig een woning vindt dan zal hij zich wederom tot het daklozenloket moeten wenden om onderdak te krijgen. Dit is gezien zijn psychische problematiek, alsmede hetgeen hij tot heden heeft opgebouwd binnen de gemeente [plaats] , niet wenselijk.
3.2.
Hoewel verzoeker tot 31 december 2025 nog een woning heeft is het aannemelijk, gelet op de huisvestingsproblemen in Nederland en met name de randstad (waaronder [plaats] en omgeving), dat verzoeker niet voor 31 december 2025 een nieuwe woning zal vinden. Mede gelet op de psychische klachten van verzoeker, waarvoor hij momenteel in behandeling is, neemt de voorzieningenrechter in dit geval aan dat er sprake is van een spoedeisend belang.
Doelgroep Convenant
4. Het college heeft ter zitting toegelicht dat verzoeker niet behoort tot de doelgroep waarvoor het Convenant is bedoeld. De voorzieningenrechter is met het college van oordeel dat verzoeker inderdaad niet valt onder de daar benoemde doelgroep. In het Convenant gaat het om een specifieke doelgroep, namelijk de zorgafhankelijke doelgroep. Dat zijn inwoners met zorg en of begeleiding die niet op eigen kracht in hun huisvesting kunnen voorzien en voor wie veelal bijzondere voorzieningen nodig zijn. Het gaat specifiek om inwoners die uitstromen uit een instelling. Onder de zorgafhankelijke doelgroep vallen:
• cliënten die klaar zijn om uit te stromen uit een afdeling langdurig verblijf in de kliniek,
een instelling voor Beschermd wonen, Beschermd Thuis, Beschermd Thuis geclusterd of
de Maatschappelijke opvang,
• waarbij nog Wmo begeleiding nodig is in de thuissituatie én
• waarbij is vastgesteld dat de gemeente [plaats] de best passende gemeente is voor de cliënt
om ambulante Wmo zorg te ontvangen (de beste kans op herstel).
Voor cliënten die worden aangemeld vanuit de noodopvang gelden de volgende aanvullende
voorwaarden: client is dakloos en/of heeft geen vaste, stabiele verblijfplaats. Daarnaast
ontvangt de cliënt op het moment van aanmelden al minimaal drie maanden Wmo begeleiding (zie pagina 7 van het Convenant).
Verzoeker stroomt weliswaar uit uit de maatschappelijke opvang, waaronder de short stay woning valt volgens het Convenant, maar de short stay woning is destijds uit coulance aangeboden omdat hij zich na een detentieperiode in [land] bij het daklozenloket heeft gemeld. Uit de stukken is niet gebleken dat hij voldeed aan de voorwaarden voor maatschappelijke opvang. Verder voldoet verzoeker ook niet aan de overige, cumulatief genoemde voorwaarden van het Convenant. Bij het primaire besluit is weliswaar tevens besloten tot het toekennen van ondersteuning op het gebied sociaal en persoonlijk functioneren (trede 4) als maatwerkvoorziening, maar van Wmo begeleiding in de thuissituatie is geen sprake. Blijkens het ondersteuningsplan, dat is opgesteld voorafgaand aan het primaire besluit, was de hulpvraag van verzoeker gericht op het vinden van de juiste juridische ondersteuning voor het aanspannen van een rechtszaak (vanwege de detentie in [land] ), het herstellen van het contact met zijn dochter en het vinden van een geschikte woning. Ook is niet vastgesteld dat de gemeente [plaats] de best passende gemeente is voor verzoeker om ambulante Wmo zorg te ontvangen. Nog los van het feit dat op dit moment van ambulante Wmo zorg geen sprake is, woont verzoeker pas sinds een jaar weer in [plaats] . Dat hij een minderjarige dochter in [plaats] heeft wonen maakt het begrijpelijk dat verzoeker in [plaats] wil blijven wonen maar dit betekent nog niet zonder meer dat de gemeente [plaats] de best passende gemeente is voor verzoeker. Dit geldt ook voor de EMDR therapie en muziektherapie. Dat de psychiater in de overgelegde verklaring van 28 oktober 2025 schrijft dat het noodzakelijk is dat verzoeker naar de praktijk komt om de therapieën zoals vastgelegd in het behandelplan goed vorm te geven, betekent niet dat hij niet vanuit een andere gemeente dan [plaats] naar Den Haag kan reizen.
4.1.
Gelet op het vorenstaande heeft het college terecht geweigerd om een positief advies te geven voor het Convenant.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening zal treffen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2025.
De griffier is verhinderd te tekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.