ECLI:NL:RBDHA:2025:22195
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Gambiaanse nationaliteit wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende risico op vervolging
Eiser, een Gambische man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in Gambia onterecht werd beschuldigd van inbraak, mishandeld werd in detentie en bedreigd werd door de familie van de winkeleigenaar. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, met name vanwege twijfel aan de geloofwaardigheid van zijn identiteit en onvoldoende bewijs van een gegrond risico op vervolging of ernstige schade.
De rechtbank behandelde het beroep waarbij eiser niet persoonlijk verscheen, maar zijn gemachtigde wel. De rechtbank oordeelde dat de identiteit van eiser niet geloofwaardig was omdat het overgelegde geboorteakte-achtige document door Bureau Documenten als waarschijnlijk niet authentiek was beoordeeld. Eiser slaagde er niet in dit te weerleggen met concrete aanwijzingen of contra-expertise. Ook de kopie van het paspoort werd niet als objectief bewijsstuk erkend.
Verder vond de rechtbank dat de verklaringen van eiser over de beschuldiging van inbraak en de omstandigheden in detentie niet samenhangend en aannemelijk waren. De vrees voor wraak van de familie van de winkeleigenaar was gebaseerd op vermoedens en het incident vond tien jaar geleden plaats. Ook was onvoldoende onderbouwd dat sprake was van een beschermenswaardig gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Het terugkeerbesluit en het inreisverbod werden daarom gehandhaafd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod worden gehandhaafd.