ECLI:NL:RVS:2020:1904
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens vals document en geen compensatie wegens ontbreken contra-expertise
De vreemdeling, met Eritrese nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met een geboorteakte als bewijsstuk. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat het document volgens een rapport van Bureau Documenten vals was. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan zijn vergewisplicht had voldaan en dat de vreemdeling geen gemotiveerde betwisting van het rapport had geleverd.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het beginsel van equality of arms was geschonden omdat zij geen contra-expertise kon overleggen en dat de rechtbank een onjuist toetsingskader had gehanteerd. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het ontbreken van een contra-expertise niet automatisch leidt tot schending van dit beginsel, zolang de vreemdeling andere relevante bewijzen kan aandragen en concrete twijfels aan het rapport kan formuleren.
De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris terecht op het rapport mocht vertrouwen omdat de vreemdeling geen concrete aanknopingspunten voor twijfel had gegeven. Ook werd gewezen op het toepasselijke toetsingskader dat overeenkomt met artikel 6 EVRM Pro en artikel 47 EU Pro-Handvest. De klacht over de asielgronden van de minderjarige kinderen werd niet gemotiveerd en faalde eveneens.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.