ECLI:NL:RBDHA:2025:22199

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
NL25.41567
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 42 lid 1 VwArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft op 10 februari 2025 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. Volgens de wet moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit nemen, wat in deze zaak neerkomt op uiterlijk 11 augustus 2025 vanwege het verstrijken van de termijn op een zondag.

Eiser heeft echter op 11 augustus 2025 een ingebrekestelling ingediend die de rechtbank als prematuur beoordeelt omdat de beslistermijn formeel nog niet was verstreken. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid.

De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier A.W. Landman en is geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41567

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.M. Veld),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 10 februari 2025.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. De minister moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. [2] Eiser heeft zijn asielaanvraag ingediend op 10 februari 2025. De beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiser verstrijken op 10 augustus 2025. Dit valt op een zondag waardoor de uiterste beslistermijn verschuift naar maandag 11 augustus 2025 is. Dit betekent dat de ingebrekestelling van 11 augustus 2025 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [3]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 42, eerste lid, Vreemdelingenwet (Vw).
3.Artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)