ECLI:NL:RBDHA:2025:22200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De minister van Asiel en Migratie legde op 9 oktober 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel over de periode van 22 oktober tot 17 november 2025, aangezien de maatregel eerder al was beoordeeld en toen rechtmatig werd bevonden.
Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Nigeria binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde. De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht op uitzetting bestond, mede gelet op mededelingen van DT&V en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Ook was de voortgangsrapportage voldoende om te concluderen dat verweerder voortvarend handelde.
Daarnaast voerde de rechtbank een ambtshalve toetsing uit aan de hand van relevante EU-rechtspraak, waaronder het beginsel van non-refoulement en het belang van familie- en gezinsleven. Hieruit bleek geen beletsel voor de voortzetting van de maatregel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.