ECLI:NL:RVS:2025:2418
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling na hoger beroep tegen uitspraak rechtbank
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 3 maart 2025 in bewaring. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming relevant zijn. De rechtsvraag over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Nigeria is reeds eerder door de Afdeling beantwoord (ECLI:NL:RVS:2022:2707).
De Afdeling ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en bewaring bevestigd.