ECLI:NL:RBDHA:2025:22255
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- W.B. Klaus
- M.J. Schelhaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de asielaanvraag en de zorgvuldigheid van de leeftijdsschouw
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, wordt het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling genomen op basis van de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft ook een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. De rechtbank heeft op 6 november 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van verweerder aanwezig waren.
De rechtbank concludeert dat de leeftijdsschouwen die zijn uitgevoerd door de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet zorgvuldig, inzichtelijk en concludent zijn geweest. De rechtbank stelt vast dat de kenmerken die zijn benoemd door DISA en IND niet voldoende bewijs leveren voor de vaststelling van eisers meerderjarigheid. De rechtbank benadrukt dat de verslaglegging van de leeftijdsschouwen niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en dat de conclusies niet zijn onderbouwd met voldoende bewijs. Hierdoor blijft de presumptie van minderjarigheid van eiser van kracht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 26 september 2025 en draagt verweerder op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser, die in totaal € 2.721,- bedragen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat het beroep gegrond is verklaard.