Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], geboren in Eritrea,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
verhoor”, omdat het een “
gehoor” is, is het navolgende vermeld:
1. INLEIDING
4. De rechtbank overweegt dat óók in deze procedure de schouwbevindingen, zowel de waarnemingen, als de conclusies die de IND en de AVIM trekken op grond van de waarnemingen van het uiterlijk en gedragingen van de geschouwde vreemdeling onderwerp van het geschil zijn. De rechtbank heeft ook in deze procedure ter zitting met partijen besproken dat het buitengewoon complex is om te bepalen welke bewijswaarde aan het schouwen moet worden toegekend.(…)
5. Indien de vreemdeling stelt minderjarig te zijn maar dit niet aannemelijk kan maken met enkel zijn verklaringen, dient verweerder invulling te geven aan zijn samenwerkingsplicht en mag verweerder de afgelegde verklaringen ook nader onderzoeken. Indien geen documenten en/of ander tastbaar steunbewijs voorhanden zijn, is een leeftijdsschouw wellicht een van de weinige onderzoeken die kunnen worden verricht en al dan niet steunbewijs kunnen opleveren. De rechtbank vraagt zich echter (nog steeds) af welke waarde aan een schouw toekomt. Om dat te kunnen beoordelen, wil de rechtbank zich nader vergewissen van de uitgangspunten van de schouw. (…)
6. De rechtbank heeft dus onder meer vragen over de uitgangspunten van de schouw, de wijze waarop de schouw plaatsvindt en de conclusies die worden getrokken op grond van waarnemingen van uiterlijk en gedragingen tijdens de schouw en welke fysieke kenmerken en gedragingen daarvoor relevant worden geacht en waarop dat is gebaseerd. De rechtbank weet ook niet waaruit de opleiding bestaat om te mogen schouwen.
Algemeen
Verklaringen van de vreemdeling
Op welke wijze wordt gedurende de schouw bijhet horenrekening gehouden met het referentiekader, waaronder het opleidingsniveau, van de betreffende vreemdeling?
Hoe vergewist de schouwer zich van het referentiekader van de betreffende vreemdeling?
Is het bepalen van de leeftijd gedurende de schouw vergelijkbaar met het verrichten van een geloofwaardigheidsbeoordeling van verklaringen over het element identiteit, nationaliteit en herkomst zoals dit geschiedt door de hoor- en beslismedewerkers van de IND en op welke wijze wordt bijde leeftijdsbepalingrekening gehouden met het referentiekader van de betreffende vreemdeling?
Gedragingen van de vreemdeling
Welke gedragingen worden relevant geacht om een leeftijdsbepaling (mede) op te baseren?
Op welke wijze en door wie is bepaald welke gedragingen relevant zijn voor een leeftijdsbepaling en ligt hieraan een wetenschappelijke basis ten grondslag?
Op welke wijze wordt bij de interpretatie van de waargenomen gedragingen rekening gehouden met:
- Het (gebrek aan) tijdsverloop tussen de aankomst in Nederland en het schouwgehoor
- De gehoorsetting waarin de gedragingen plaatsvinden
- Het uitsluitend observeren van gedragingen waarbij de vreemdeling zit terwijl hij/zij antwoorden geeft op vragen
- De gemiddelde duur van de schouw waarin de gedragingen zijn waargenomen
- De culturele achtergrond van de betreffende vreemdeling
- De sociale context waarin de betreffende vreemdeling is opgegroeid
- De mogelijke minderjarigheid van de betreffende vreemdeling
- Het persoonlijke karakter van de vreemdeling
- De cognitieve ontwikkeling van de betreffende vreemdeling
- De psychosociale ontwikkeling van de betreffende vreemdeling
- De morele ontwikkeling van de betreffende vreemdeling
- De aanwezigheid van mogelijke medische en psychische problematiek
Uiterlijke kenmerken van de vreemdeling
Welke uiterlijke kenmerken worden relevant geacht om een leeftijdsbepaling (mede) op te baseren?
Op welke wijze en door wie is bepaald welke uiterlijke kenmerken relevant zijn voor een leeftijdsbepaling en ligt hieraan een wetenschappelijke basis ten grondslag?
Op welke wijze wordt bij de interpretatie van de waargenomen uiterlijke kenmerken rekening gehouden met:
- De gemiddelde duur van de schouw waarin de gedragingen zijn waargenomen.
- Het beperken van een visuele inspectie in die zin dat de vreemdeling zit terwijl hij/zij antwoorden geeft op vragen
- De culturele achtergrond van de betreffende vreemdeling
- Het herkomstgebied van de betreffende vreemdeling en het beschikbaar zijn geweest voor deze vreemdeling van voldoende hoogwaardig voedsel
- Het mogelijk ondergaan hebben van trauma’s en/of het mogelijk onderworpen zijn geweest aan conflictsituaties
- De fysieke en motorische ontwikkeling van de betreffende vreemdeling
- De aanwezigheid van mogelijke medische en psychische problematiek
Opleiding en achtergrond van de schouwers
Waaruit bestaat de opleiding om een schouw en leeftijdsbepaling te verrichten en hoe lang duurt deze opleiding? Welke vooropleiding is vereist om deze opleiding te mogen volgen?
Zijn schouwers geschoold in gedragswetenschappen?
Zijn schouwers geschoold in antropologie?
Zijn schouwers medisch geschoold en/of geschoold in biologie?
Zijn schouwers deskundig op gebied van gedragingen van minderjarigen?
Zijn schouwers deskundig op het gebied van ontwikkelingspsychologie en levensloop-psychologie van pubers, adolescenten en jongvolwassenen?
Zijn schouwers deskundig op het gebied van trauma en hoe het ondergaan van een trauma interfereert met gedragingen en met uiterlijk?
Zijn schouwers geschoold in het horen van vreemdelingen over hun identiteit, nationaliteit en herkomst?
Zijn de schouwers geschoold in het verrichten van een geloofwaardigheidsbeoordeling van verklaringen van vreemdelingen over hun identiteit, nationaliteit en herkomst?
Hoeveel expertise hebben schouwers voordat ze zelfstandig een schouw en een leeftijdsbepaling verrichten?
Zijn schouwers gespecialiseerd in het verrichten van een schouw voor vreemdelingen uit een bepaald herkomstgebied?
Algemeen
Verklaringen van de vreemdeling
Gedragingen van de vreemdeling
Het (gebrek aan) tijdsverloop tussen de aankomst in Nederland en het schouwgehoor
De gehoorsetting waarin de gedragingen plaatsvinden
Het uitsluitend observeren van gedragingen waarbij de vreemdeling zit terwijl hij/zij antwoorden geeft op vragen
De gemiddelde duur van de schouw waarin de gedragingen zijn waargenomen
De culturele achtergrond van de betreffende vreemdeling
De sociale context waarin de betreffende vreemdeling is opgegroeid
De mogelijke minderjarigheid van de betreffende vreemdeling
- Het persoonlijke karakter van de vreemdeling
- De cognitieve ontwikkeling van de betreffende vreemdeling
- De psychosociale ontwikkeling van de betreffende vreemdeling
- De morele ontwikkeling van de betreffende vreemdeling
- De aanwezigheid van mogelijke medische en psychische problematiek
Uiterlijke kenmerken van de vreemdeling
13. Op welke wijze wordt bij de interpretatie van de waargenomen uiterlijke kenmerken rekening gehouden met:
- De gemiddelde duur van de schouw waarin de gedragingen zijn waargenomen.
- Het beperken van een visuele inspectie in die zin dat de vreemdeling zit terwijl hij/zij antwoorden geeft op vragen
- De culturele achtergrond van de betreffende vreemdeling
- Het herkomstgebied van de betreffende vreemdeling en het beschikbaar zijn geweest voor deze vreemdeling van voldoende hoogwaardig voedsel
- Het mogelijk ondergaan hebben van trauma’s en/of het mogelijk onderworpen zijn geweest aan conflictsituaties
- De fysieke en motorische ontwikkeling van de betreffende vreemdeling
- De aanwezigheid van mogelijke medische en psychische problematiek
Opleiding en achtergrond van de schouwers
4. Om een verantwoorde raming van de leeftijd te maken, dienen de Staten een grondige beoordeling van de fysieke en psychologische ontwikkeling van het kind te maken, uit te voeren door gespecialiseerde kinderartsen of andere professionals die onderlegd zijn in het combineren van verschillende aspecten van de ontwikkeling. Zulke beoordelingen dienen op een spoedige, kindvriendelijke, genderbewuste en cultureel verantwoorde manier te worden uitgevoerd, waaronder door het interviewen van kinderen en, indien van toepassing, de begeleidende volwassenen, in een taal die het kind beheerst. Beschikbare documenten dienen als authentiek te worden beschouwd tenzij er bewijs voor het tegendeel is, en verklaringen van de kinderen en hun ouders of familieleden dienen ook te worden meegewogen. De persoon die beoordeeld wordt, moet het voordeel van de twijfel krijgen.
A multidisciplinary approach for the purpose of age assessment would imply the exploration of different aspects or factors such as physical, psychological, developmental, environmental and cultural ones (…)
1. The best interests of the child shall be a primary consideration for the competent authorities when applying this Regulation.
2. The determining authority shall assess the best interests of the child in accordance with Article 26 of Directive (EU) 2024/1346
1. Where, as a result of statements by the applicant, available documentary evidence or other relevant indications, there are doubts as to whether or not an applicant is a minor, the determining authority may undertake a multi-disciplinary assessment, including a psychosocial assessment, which shall be carried out by qualified professionals, to determine the applicant’s age within the framework of the examination of an application. The assessment of the age shall not be based solely on the applicant’s physical appearance or behaviour. For the purposes of the age assessment, documents that are available shall be considered genuine, unless there is evidence to the contrary, and statements by minors shall be taken into consideration.
2. Where there are still doubts as to the age of an applicant following the multi-disciplinary assessment, medical examinations may be used as a measure of last resort to determine the applicant’s age within the framework of the examination of an application. Where the result of the age assessment referred to in this paragraph is not conclusive with regard to the applicant’s age or includes an age-range below 18 years, Member States shall assume that the applicant is a minor.
73 Uit artikel 24, lid 2, van het Handvest en uit artikel 3, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind, dat op 20 november 1989 is vastgesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waar de toelichting op artikel 24 van Pro het Handvest uitdrukkelijk naar verwijst, blijkt dat het belang van het kind niet enkel in aanmerking moet worden genomen bij de inhoudelijke beoordeling van verzoeken met betrekking tot kinderen, maar ook, middels specifieke procedurele waarborgen, van invloed moet zijn op de besluitvormingsprocedure die tot die beoordeling leidt. Zoals het Comité voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties heeft opgemerkt, verwijst de uitdrukking „belangen van het kind” in dit artikel 3, lid 1, immers tegelijkertijd naar een inhoudelijk recht, een uitleggingsbeginsel en een procedureregel [zie General Comment nr. 14 (2013) van het Comité voor de Rechten van het Kind over het recht van het kind dat zijn belangen de eerste overweging vormen (artikel 3, lid 1), CRC/C/GC/14, punt 6].
verhoor, terwijl beoogd is om een
gehoorte houden. Een verhoor ziet immers op het horen van een verdachte in het kader van het strafrecht. Uit de verslaglegging van de Avim-schouw blijkt de rechtbank geen enkele indicatie dat de schouwers zich rekenschap geven van het moeten bieden van een kindvriendelijke setting. Het aanmeldgehoor biedt hiervoor wel aanknopingspunten. De hoormedewerker heeft niet alleen uitgelegd waartoe de schouw en het gehoor dienen, maar heeft ook veel uitleg gegeven aan eiser en zich regelmatig vergewist of eiser heeft begrepen wat is uitgelegd. Ook heeft de hoormedewerker zich voldoende vergewist dat eiser zichzelf in staat acht om verklaringen af te leggen. De rechtbank merkt op dat dit gehoor zorgvuldig heeft plaatsgevonden. De rechtbank kan op grond van het verslag van het gehoor niet vaststellen of is gehoord in de hoorruimte die specifiek voor minderjarigen is ingericht en kan op grond van dit verslag ook niet vaststellen of de hoormedewerker gespecialiseerd is in het horen van minderjarigen. De rechtbank gaat daar wel van uit omdat het een zogenoemd “aanmeldgehoor AMV” is, maar het verdient aanbeveling dat dit wordt vastgelegd. In de schriftelijke beantwoording van de vragen heeft verweerder aangegeven dat de hoorsetting waarin de schouw plaatsvindt dezelfde is als wanneer een gehoor van vreemdelingen met een leeftijd tussen de twaalf en de achttien jaar plaatsvindt en dat het gehoor altijd wordt gehouden door een EUAA-module IC (Interviewing Children) opgeleide hoorambtenaar. De rechtbank constateert dat eiser terecht heeft aangevoerd dat zijn voogd niet aanwezig is geweest bij het gehoor. Verweerder heeft in zijn schriftelijke beantwoording van de vragen aangegeven wanneer er bij de schouwgehoren die verweerder verricht een voogd aanwezig is. De rechtbank merkt op dat de voogd in kennis gesteld dient te worden van elk gehoor dat plaatsvindt en dat een gestelde minderjarige voorafgaand aan het schouwgehoor gevraagd dient te worden of hij wil dat zijn voogd het gehoor wil bijwonen. Ook dit is een processuele waarborg die moet worden geboden als minderjarigen worden gehoord en ook dit is een aspect van een kindvriendelijke procedure.
kánworden gegeven. Met tweemaal schouwen door verweerder en door Avim/KMar onafhankelijk van elkaar en zonder te weten wat de andere schouwers hebben geconcludeerd, wordt zorgvuldigheid beoogd en wordt beoogd een meer betrouwbaar resultaat te verkrijgen. Het is echter onduidelijk of in elke afzonderlijke schouw is gerealiseerd dat ook ten aanzien van het trekken van een conclusie op grond van de verklaringen moet worden beoordeeld of het voordeel van de twijfel kan worden gegeven en dit dus de conclusie regardeert omdat er bij twijfel de conclusie van minderjarigheid dient te volgen. De drie conclusies die een schouwer mag trekken lijken in dat opzicht geen ruimte te bieden omdat twijfel zou betekenen dat de geschouwde niet evident minderjarig of evident meerderjarig is. De rechtbank overweegt echter dat het voordeel van de twijfel ook in de fase van het interpreteren van de waarnemingen en verklaringen moet worden beoordeeld. Eiser stelt minderjarig te zijn. Indien de schouwer na het horen twijfelt of die verklaring juist is, dient te worden beoordeeld of dat betekent dat eiser niet alleen niet evident meerderjarig is, maar ook of de twijfel tot de conclusie leidt dat eiser gevolgd kan worden in zijn gestelde minderjarigheid.
n the context of international protection, the age of the applicant is a key indicator of special protection needs (children, elderly). Belonging to certain age groups triggers the application of special/additional procedural guarantees during international protection procedures as well as special reception conditions (such as the right to be placed in suitable and safe accommodation, the right to education and specific healthcare, the limitation of administrative detention for migration purposes in exceptional cases and the obligation to look first for viable alternatives to detention). In the case of children, or while there are
1 Het COA zorgt ervoor dat tijdens het verblijf in de opvangvoorziening rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van kwetsbare personen als bedoeld in artikel 21 van Pro de Opvangrichtlijn.
2 Ter uitvoering van het eerste lid beoordeelt het COA of de asielzoeker bijzondere opvangbehoeften heeft.
3 Indien de asielzoeker overeenkomstig het tweede lid bijzondere opvangbehoeften heeft, wordt naast de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, specifieke steun en begeleiding geboden.
4 Motivering van de beslissing
Beslissing
mr.M.M.M.F. Roijen, griffier.