Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:22292

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
NL25.55476
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000Art. 94 lid 1 Vw 2000Art. 96 lid 1 Vw 2000Art. 106 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie legde op 25 augustus 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser. Hiertegen stelde eiser beroep in, waarop de rechtbank op 5 september 2025 uitspraak deed. De minister hief de bewaring op 10 november 2025 op. Vervolgens gaf de minister aan dat 75 dagen waren verstreken zonder dat eiser beroep had ingesteld tegen het voortduren van de maatregel.

De rechtbank stelde deze kennisgeving gelijk aan een beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel. De rechtbank sloot het vooronderzoek op 19 november 2025 en bepaalde dat de zaak niet op zitting zou worden behandeld. Omdat de bewaring was opgeheven, kon eiser met zijn beroep niet langer bereiken dat hij in vrijheid werd gesteld.

De rechtbank overwoog dat de beoordeling zich dan zou beperken tot de vraag of eiser recht had op schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring. Nu eiser geen schadevergoeding had gevorderd en een beroep tegen voortduren niet ambtshalve als zodanig wordt aangemerkt, zag de rechtbank geen belang bij inhoudelijke beoordeling. Daarom verklaarde zij het beroep niet-ontvankelijk en wees zij proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55476

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Jhingoer),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

1. De minister heeft op 25 augustus 2025 de maatregel van bewaring aan eiser opgelegd. [1]
1.1.
Na het opleggen van deze maatregel heeft eiser beroep ingesteld. De rechtbank heeft op dit beroep beslist met haar uitspraak van 5 september 2025. [2]
1.2.
De minister heeft de maatregel van bewaring op 10 november 2025 opgeheven.
1.3.
De minister heeft de rechtbank op 12 november 2025 laten weten dat 75 dagen zijn verstreken zonder dat door of namens eiser beroep is ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. De rechtbank stelt deze kennisgeving gelijk met een door eiser ingediend beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. [3]
1.4.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft daar niet op gereageerd.
1.5.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 19 november 2025 gesloten en bepaald dat de zaak niet op een zitting zal worden behandeld. [4]

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister heeft de maatregel van bewaring op 10 november 2025 opgeheven. Eiser kan met zijn beroep dus niet (langer) bereiken dat hij in vrijheid wordt gesteld. Daarom zou de beoordeling van dit beroep zich beperken tot de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend. Dan zou door de rechtbank beoordeeld moeten worden of de bewaring van eiser op enig moment onrechtmatig was. [5] Maar in dit geval heeft eiser niet verzocht om schadevergoeding en een beroep tegen het voortduren van een maatregel van bewaring moet ook niet – anders dan bij een eerste beroep [6] – ambtshalve worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank ziet daarom niet in wat eiser met dit beroep (nog) kan bereiken, zodat zij van oordeel is dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Deze maatregel van bewaring was gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
2.Rb. Den Haag (zp Arnhem) 5 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16543.
3.Vergelijk Rb. Den Haag (zp Arnhem) 6 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2726, r.o. 2.
4.Dit is mogelijk op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.
5.Vergelijk artikel 106 van Pro de Vw 2000.
6.Vergelijk artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000.