2.4.Op 5 september 2025 heeft verweerder aan de gemachtigde een kennisgeving verstrekt met daarin de beoordeling dat eiser een last-minute asielaanvraag heeft ingediend, de uitzetting van eiser niet achterwege zal blijven en de vluchtgegevens voor zijn uitzetting op 10 september 2025 (hierna: het 3.1 Vb-besluit). Eiser heeft tegen het 3.1 Vb-besluit bezwaar ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen.Eiser is op 10 september 2025 uitgezet naar Polen.
De huidige opvolgende asielaanvraag
3. Op 5 september 2025 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Eiser heeft verklaard dat hij de aanvraag heeft ingediend, omdat hij in Polen gesignaleerd staat. Eiser wil niet terugkeren naar Polen, omdat hij dan naar de gevangenis moet.
4. Verweerder vindt dat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangevoerd die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de opvolgende aanvraag. Verweerder heeft daarom eisers opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft verweerder in hetzelfde besluit het bezwaar tegen het 3.1 Vb-besluit kennelijk ongegrond verklaard, nu zijn gronden van bezwaar en het standpunt van verweerder reeds uitvoerig zijn behandeld in de procedure bij de voorlopige voorzieningenrechter.
Wat vindt eiser in beroep?
5. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting nader toegelicht dat de beroepsgronden zich alleen richten tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. Eiser heeft in de bewaringsprocedure nieuwe en relevante stukken aangedragen die aantonen dat eiser heeft voldaan aan het verwijderingsbesluit. Verweerder had deze stukken al in zijn bezit tijdens het nemen van het artikel 3.1 Vb-besluit en de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag, maar heeft deze ten onrechte niet in zijn beoordeling betrokken. Nu vast komt te staan dat eiser heeft voldaan aan zijn verplichting om Nederland te verlaten in de zin van artikel 6 van de Verblijfsrichtlijnen het arrest F.S.kan zijn asielaanvraag nog steeds niet-ontvankelijk worden verklaard, maar is het rechtsgevolg niet dat eiser Nederland dient te verlaten. Het rechtsgevolg dient dan te zijn dat eiser rechtmatig verblijf heeft op zijn oorspronkelijke titel, namelijk de vrije termijn van drie maanden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van eisers asielaanvraag. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.