ECLI:NL:RBDHA:2025:22457

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL25.47347
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan nieuwe elementen

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 27 november 2025 wordt het beroep van eiser, een Poolse nationaliteit, tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag beoordeeld. Eiser had op 5 september 2025 een opvolgende aanvraag ingediend, maar deze werd door de minister van Asiel en Migratie op 22 september 2025 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft op 11 november 2025 de zaak behandeld, waarbij de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder aanwezig waren. Eiser had eerder asielaanvragen ingediend die alle waren afgewezen, en de rechtbank had deze eerdere afwijzingen bevestigd. De rechtbank oordeelt dat er geen nieuwe relevante elementen zijn aangevoerd die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten. Eiser had enkel verwezen naar zijn verblijf in Duitsland, wat niet in verband staat met zijn asielmotieven. De rechtbank concludeert dat de minister terecht de opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, en hij krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47347

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. P.M. Langereis),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N.F. van der Gouw).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 5 september 2025 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 22 september 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard [1] . Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. A.M.V. Bhandoe als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Poolse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1991.
De vorige verblijfsaanvragen
2.1.
In het besluit van 14 juni 2023 heeft verweerder vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Na bezwaar van eiser hiertegen heeft verweerder dit standpunt gehandhaafd in zijn besluit van 8 april 2024. Het beroep tegen dit besluit heeft de rechtbank op 9 september 2024 ongegrond verklaard. Deze uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) bevestigd.
2.2.
Eiser heeft op 11 november 2024 een asielaanvraag ingediend. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat hij vreest om in Polen in de gevangenis terecht te komen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat er geen schending van artikel 3 van het EVRM [2] dreigde. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing, maar het beroep is bij uitspraak van 19 maart 2025 ongegrond verklaard. [3] Deze uitspraak heeft de Afdeling op 23 april 2025 bevestigd.
2.3.
Op 29 augustus 2025 is eiser in Nederland staande gehouden en in bewaring gesteld. Het beroep tegen de bewaringsmaatregel is ongegrond verklaard. [4]
2.4.
Op 5 september 2025 heeft verweerder aan de gemachtigde een kennisgeving verstrekt met daarin de beoordeling dat eiser een last-minute asielaanvraag heeft ingediend, de uitzetting van eiser niet achterwege zal blijven en de vluchtgegevens voor zijn uitzetting op 10 september 2025 (hierna: het 3.1 Vb-besluit). Eiser heeft tegen het 3.1 Vb-besluit bezwaar ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen. [5] Eiser is op 10 september 2025 uitgezet naar Polen.
De huidige opvolgende asielaanvraag
3. Op 5 september 2025 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Eiser heeft verklaard dat hij de aanvraag heeft ingediend, omdat hij in Polen gesignaleerd staat. Eiser wil niet terugkeren naar Polen, omdat hij dan naar de gevangenis moet.
Het bestreden besluit
4. Verweerder vindt dat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangevoerd die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de opvolgende aanvraag. Verweerder heeft daarom eisers opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft verweerder in hetzelfde besluit het bezwaar tegen het 3.1 Vb-besluit kennelijk ongegrond verklaard, nu zijn gronden van bezwaar en het standpunt van verweerder reeds uitvoerig zijn behandeld in de procedure bij de voorlopige voorzieningenrechter.
Wat vindt eiser in beroep?
5. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting nader toegelicht dat de beroepsgronden zich alleen richten tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. Eiser heeft in de bewaringsprocedure nieuwe en relevante stukken aangedragen die aantonen dat eiser heeft voldaan aan het verwijderingsbesluit. Verweerder had deze stukken al in zijn bezit tijdens het nemen van het artikel 3.1 Vb-besluit en de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag, maar heeft deze ten onrechte niet in zijn beoordeling betrokken. Nu vast komt te staan dat eiser heeft voldaan aan zijn verplichting om Nederland te verlaten in de zin van artikel 6 van de Verblijfsrichtlijn [6] en het arrest F.S. [7] kan zijn asielaanvraag nog steeds niet-ontvankelijk worden verklaard, maar is het rechtsgevolg niet dat eiser Nederland dient te verlaten. Het rechtsgevolg dient dan te zijn dat eiser rechtmatig verblijf heeft op zijn oorspronkelijke titel, namelijk de vrije termijn van drie maanden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van eisers asielaanvraag. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.
7.1.
Uit het arrest L.H. [8] volgt dat de beoordeling of sprake is van een nieuw element of bevinding plaatsvindt in twee stappen. Als eerste dient verweerder na te gaan of het element of de bevinding niet eerder bij de beoordeling van de eerdere aanvraag is betrokken (stap 1) en vervolgens dient verweerder na te gaan of het element of de bevinding de kans aanzienlijk groter maakt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming (stap 2).
7.2.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat sprake is van relevante nieuwe elementen of bevindingen. Eiser heeft bij zijn asielaanvraag enkel een beroep gedaan op elementen en bevindingen die al in een eerdere aanvraag zijn betrokken. Eiser heeft dit in zijn gehoor ook bevestigd. [9] Bovendien staat de afwijzing van zijn eerdere asielaanvraag in rechte vast. [10] Daarnaast heeft eiser in zijn gehoor enkel aangegeven dat een nieuw feit is dat hij in Duitsland heeft verbleven. De rechtbank overweegt ten aanzien van de stukken die eiser ter onderbouwing van dit verblijf heeft overgelegd, dat deze in geen enkel verband staan tot enig asielmotief. Verweerder was om die reden niet verplicht om de stukken bij zijn beoordeling te betrekken. Nu eiser geen nieuwe relevante elementen of bevindingen heeft aangevoerd, heeft verweerder op goede gronden geconcludeerd dat de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk wordt verklaard.
7.3.
Tot slot merkt de rechtbank op dat indien eiser meent dat hij zes maanden in Duitsland heeft verbleven en hij daarmee zijn verblijf in Nederland effectief en daadwerkelijk heeft beëindigd en zich weer in Nederland wil vestigen, hij dat standpunt in een reguliere verblijfsprocedure naar voren kan brengen. Voor de afdoening van een asielaanvraag is dit echter irrelevant.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Verweerder heeft de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem van 19 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:2950.
4.Uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17238.
5.Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht van 10 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16748.
6.Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden.
7.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:506.
8.Zie het arrest van het Hof van 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478.
9.Verslag gehoor opvolgende aanvraag artikel 3.1 Vb, pagina 3.
10.Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem van 19 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:2950.