ECLI:NL:RBDHA:2025:22457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
Eiser, van Poolse nationaliteit, diende op 5 september 2025 een opvolgende asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen en bezwaren waren afgewezen en bevestigd door hogere instanties. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen die de kans op internationale bescherming vergroten.
Tijdens de zitting werd toegelicht dat eiser slechts een nieuw feit aanvoerde, namelijk zijn verblijf in Duitsland, wat echter niet in verband staat met een asielmotief. De rechtbank oordeelde dat deze stukken niet relevant zijn voor de asielaanvraag en dat de eerdere afwijzing in rechte vaststaat.
De rechtbank volgde de procedurele stappen zoals uiteengezet in het arrest L.H. en concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser kan zijn verblijf in Nederland via een reguliere verblijfsprocedure aanvechten, maar dit is niet relevant voor de asielprocedure.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Kerstens-Fockens en griffier Schaap op 27 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag.