4.1.De minister stelt zich hierover op het standpunt dat alle asielmotieven geloofwaardig zijn. De minister gelooft dus dat eiser Aleviet is, dat hij beledigende briefjes heeft ontvangen op school en dat zijn familie dreigtelefoontjes heeft ontvangen, evenals het bestaan van een relatie met een soennitisch meisje, die is beëindigd vanwege beperkingen opgelegd door haar ouders. De minister vindt niettemin dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat eiser een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De Alevitische achtergrond van eiser is onvoldoende zwaarwegend om gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag aan te nemen. In Turkije is vrijheid van religie wettelijk gegarandeerd. De Turkse grondwet verbiedt discriminatie op grond van religieuze overtuiging. De minister ziet geen aanwijzingen dat eiser ernstig beperkt is in zijn maatschappelijke en sociale bestaansmogelijkheden, vanwege zijn geloof, relatie of de beledigende briefjes. De dreigtelefoontjes aan zijn familie duiden volgens de minister niet op een directe, persoonlijke bedreiging jegens eiser. Eiser heeft deze telefoontjes immers nooit zelf ontvangen. Daarom kent eiser de inhoud niet. Het causale verband tussen de telefoontjes en zijn Alevitische achtergrond is niet vastgesteld. De telefoontjes hebben niet geleid tot directe problemen voor hemzelf of voor zijn familie. De laatste telefoontjes dateren uit zijn jeugd, meer dan 20 jaar geleden. De gestelde recente opleving in het ontvangen van telefoontjes is niet nader onderbouwd en heeft niet geleid tot concrete problemen. Eiser is Turkije ook legaal uitgereisd. Dat duidt niet op persoonlijke problemen in Turkije. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag moet worden afgewezen als ongegrond. Een terugkeerbesluit is opgelegd, inhoudende dat eiser binnen vier weken Nederland moet verlaten en terug moet keren naar Turkije.
5. De minister heeft op 28 september 2025 gemeld dat eiser met onbekende bestemming zou zijn vertrokken en dat niet is gebleken dat eiser zich nadien nog heeft gemeld. Gelet hierop dient de rechtbank ambtshalve te beoordelen of eiser nog procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep. Ter zitting is eiser niet verschenen. Zijn gemachtigde is wel verschenen en heeft toegelicht dat hij nog steeds contact onderhoudt met eiser. Eiser is in de week voorafgaand aan de zitting nog persoonlijk op het kantoor geweest om de zaak te bespreken. De minister heeft ter zitting aangegeven zich te kunnen verenigen met het standpunt dat onder deze omstandigheden van een procesbelang kan worden uitgegaan. Nu eiser nog steeds contact onderhoudt met zijn gemachtigde, betrokken is bij zijn procedure en belang heeft bij de uitkomst daarvan, ziet de rechtbank aanleiding om procesbelang aan te nemen. De rechtbank zal het beroep inhoudelijk beoordelen.
6. Eisers beroepsgrond dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen is ter zitting ingetrokken. De rechtbank laat deze beroepsgrond daarom verder onbesproken.
Beoordeling zwaarwegendheid: problemen als Aleviet
7. Eiser stelt, kort samengevat, dat de minister onvoldoende betekenis heeft toegekend aan de door hem gestelde dreigtelefoontjes en dat de minister hem aanvullend had moeten horen over het opnieuw oplaaien daarvan, in het bijzonder in relatie tot de val van president Assad in Syrië. Eiser voert aan dat deze ontwikkelingen, volgens hem, verband houden met zijn eigen etniciteit als Aleviet en dat de nieuwe dreigementen bij terugkeer ook hem zullen raken, omdat hij bij zijn ouders zal terugkeren.