ECLI:NL:RBDHA:2025:22464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende zwaarwegendheid dreigtelefoontjes en Alevitische achtergrond
Eiser, van Turkse nationaliteit en behorend tot de Alevitische bevolkingsgroep, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging. Eiser stelde dat hij vanwege zijn geloof en etnische achtergrond bedreigd werd, onder meer door dreigtelefoontjes aan zijn familie en discriminatie.
De rechtbank oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid van de feiten aannam, maar dat er geen causaal verband was tussen de dreigtelefoontjes en de Alevitische achtergrond van eiser. Ook was niet gebleken dat eiser ernstig beperkt werd in zijn maatschappelijke bestaansmogelijkheden. Het verband tussen de situatie in Syrië en de dreigtelefoontjes werd niet onderbouwd.
Eiser trok een beroepsgrond in en verscheen niet zelf bij de zitting, maar zijn gemachtigde wel. De rechtbank stelde vast dat er nog procesbelang was en behandelde het beroep inhoudelijk. Uiteindelijk werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag in stand, met de verplichting voor eiser Nederland te verlaten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.