ECLI:NL:RBDHA:2025:22464

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL25.30643
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag van Turkse Aleviet wegens onvoldoende zwaarwegendheid van dreigtelefoontjes en discriminatie

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van een eiser van Turkse nationaliteit, die op 29 september 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel indiende. De aanvraag werd op 27 juni 2025 door de Minister van Asiel en Migratie afgewezen als ongegrond. Eiser, geboren op 26 juli 1989, stelt dat hij tot de Alevitische bevolkingsgroep behoort en heeft verklaard dat hij in Turkije beledigende briefjes ontving en dat zijn familie dreigtelefoontjes heeft ontvangen. De rechtbank heeft op 13 november 2025 het beroep van eiser behandeld, waarbij de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft vastgesteld dat er geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije bestaat. De rechtbank wijst erop dat de Alevitische achtergrond van eiser onvoldoende zwaarwegend is om aan te nemen dat hij in zijn bestaansmogelijkheden wordt beperkt. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat eiser legaal Turkije heeft verlaten en dat er geen aanwijzingen zijn dat hij persoonlijk bedreigd is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van de minister dat eiser Nederland moet verlaten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30643

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

Van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. K. Jansen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 [1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 29 september 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op 26 juli 1989. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 juni 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard dat hij de Turkse nationaliteit heeft, dat zijn religie de islam is en dat hij tot de Alevitische bevolkingsgroep behoort, maar dat hij etnisch een Turk, afkomstig uit Azerbeidzjan is. Op school, het lyceum, heeft eiser beledigende briefjes ontvangen van zijn klasgenoten omdat hij Aleviet is. Eiser heeft ook verklaard dat hij een relatie had met een soennitisch meisje vanaf zijn 12e jaar tot zijn 15e. De relatie is beëindigd vanwege bedreigingen en beperkingen die haar ouders haar hebben opgelegd. Eiser heeft verklaard dat hij in het verleden is beledigd vanwege zijn Alevitisch geloof. Eiser heeft ook verklaard dat zijn familie dreigtelefoontjes heeft ontvangen.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
-identiteit, nationaliteit en herkomst;
-de problemen die eiser heeft ondervonden in Turkije.
4.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat alle asielmotieven geloofwaardig zijn. De minister gelooft dus dat eiser Aleviet is, dat hij beledigende briefjes heeft ontvangen op school en dat zijn familie dreigtelefoontjes heeft ontvangen, evenals het bestaan van een relatie met een soennitisch meisje, die is beëindigd vanwege beperkingen opgelegd door haar ouders. De minister vindt niettemin dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat eiser een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De Alevitische achtergrond van eiser is onvoldoende zwaarwegend om gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag aan te nemen. In Turkije is vrijheid van religie wettelijk gegarandeerd. De Turkse grondwet verbiedt discriminatie op grond van religieuze overtuiging. De minister ziet geen aanwijzingen dat eiser ernstig beperkt is in zijn maatschappelijke en sociale bestaansmogelijkheden, vanwege zijn geloof, relatie of de beledigende briefjes. De dreigtelefoontjes aan zijn familie duiden volgens de minister niet op een directe, persoonlijke bedreiging jegens eiser. Eiser heeft deze telefoontjes immers nooit zelf ontvangen. Daarom kent eiser de inhoud niet. Het causale verband tussen de telefoontjes en zijn Alevitische achtergrond is niet vastgesteld. De telefoontjes hebben niet geleid tot directe problemen voor hemzelf of voor zijn familie. De laatste telefoontjes dateren uit zijn jeugd, meer dan 20 jaar geleden. De gestelde recente opleving in het ontvangen van telefoontjes is niet nader onderbouwd en heeft niet geleid tot concrete problemen. Eiser is Turkije ook legaal uitgereisd. Dat duidt niet op persoonlijke problemen in Turkije. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag moet worden afgewezen als ongegrond. Een terugkeerbesluit is opgelegd, inhoudende dat eiser binnen vier weken Nederland moet verlaten en terug moet keren naar Turkije.
Procesbelang
5. De minister heeft op 28 september 2025 gemeld dat eiser met onbekende bestemming zou zijn vertrokken en dat niet is gebleken dat eiser zich nadien nog heeft gemeld. Gelet hierop dient de rechtbank ambtshalve te beoordelen of eiser nog procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep. Ter zitting is eiser niet verschenen. Zijn gemachtigde is wel verschenen en heeft toegelicht dat hij nog steeds contact onderhoudt met eiser. Eiser is in de week voorafgaand aan de zitting nog persoonlijk op het kantoor geweest om de zaak te bespreken. De minister heeft ter zitting aangegeven zich te kunnen verenigen met het standpunt dat onder deze omstandigheden van een procesbelang kan worden uitgegaan. Nu eiser nog steeds contact onderhoudt met zijn gemachtigde, betrokken is bij zijn procedure en belang heeft bij de uitkomst daarvan, ziet de rechtbank aanleiding om procesbelang aan te nemen. De rechtbank zal het beroep inhoudelijk beoordelen.
Identiteit
6. Eisers beroepsgrond dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen is ter zitting ingetrokken. De rechtbank laat deze beroepsgrond daarom verder onbesproken.
Beoordeling zwaarwegendheid: problemen als Aleviet
7. Eiser stelt, kort samengevat, dat de minister onvoldoende betekenis heeft toegekend aan de door hem gestelde dreigtelefoontjes en dat de minister hem aanvullend had moeten horen over het opnieuw oplaaien daarvan, in het bijzonder in relatie tot de val van president Assad in Syrië. Eiser voert aan dat deze ontwikkelingen, volgens hem, verband houden met zijn eigen etniciteit als Aleviet en dat de nieuwe dreigementen bij terugkeer ook hem zullen raken, omdat hij bij zijn ouders zal terugkeren.
7.1.
De rechtbank volgt eiser hierin niet. Uit het nader gehoor blijkt dat de minister gerichte vragen heeft gesteld over de aard, inhoud en achtergrond van de dreigtelefoontjes. [2] Eiser heeft op dat moment niet verklaard dat de dreigtelefoontjes verband houden met de ontwikkelingen in Syrië, noch dat deze een relatie zouden hebben met de etniciteit van de toenmalige president Assad of de groep Alawieten in Syrië. Ook in de correcties en aanvullingen is dit verband niet concreet gemaakt of nader onderbouwd. Dat op dit punt, zoals eiser stelt, niet is doorgevraagd, kan daarom niet worden aangemerkt als een gebrek in de voorbereiding van het besluit. Zoals de minister terecht stelt, lag het op de weg van eiser om een dergelijk nieuw en voor hemzelf kennelijk relevant aspect te melden op een moment dat de minister dit nog in de besluitvorming kon betrekken. Dat heeft eiser niet gedaan. Daarbij komt dat de door eiser gemaakte verbinding tussen zijn eigen Alevitische achtergrond en etniciteit en de etniciteit van de president Assad, Alawiet, niet wordt gevolgd. Eiser heeft immers zelf verklaard een Turk te zijn van de Alevitische bevolkingsgroep, terwijl de president van Syrië behoort tot de Alawieten, een andere religieuze stroming binnen de sjiitische islam. Ter zitting is dit ook niet door eiser weersproken. De rechtbank ziet, in navolging van de minister, geen inzichtelijk causaal verband en daarom ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de dreigtelefoontjes in verband zouden staan met de ontwikkelingen in Syrië.
7.2.
De rechtbank is in navolging van de minister van oordeel dat de dreigtelefoontjes en het zijn van Aleviet onvoldoende zwaarwegend zijn voor het aannemen van het bestaan van een gegronde vrees voor vervolging en daarom van vluchtelingenschap of voor het bestaan van een een risico op ernstige schade. De dreigtelefoontjes heeft eiser niet persoonlijk ontvangen. Evenmin is gebleken van een causaal verband tussen de telefoontjes en het feit dat eiser Aleviet is. Dat zijn ouders nu nog problemen zouden ondervinden, is niet nader geconcretiseerd of onderbouwd. Verder is ook niet gebleken van dusdanige discriminatie vanwege het zijn van Aleviet dat eiser zodanig in zijn bestaansmogelijkheden wordt beperkt dat hij onmogelijk op maatschappelijk of sociaal gebied kan functioneren. De minister heeft daarbij terecht betrokken dat eiser in Turkije onderwijs heeft gevolgd, toegang had tot de arbeidsmarkt, kon reizen, een identiteitskaart en een paspoort (zonder problemen) kon verkrijgen en ook zonder problemen legaal kon uitreizen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Eiser komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. De minister heeft eisers asielaanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft en eiser Nederland moet verlaten. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Zie bld. 8 en 10 van het nader gehoor.