Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 28 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure, aangezien eiser op 14 juli 2025 via Kroatië illegaal de EU binnenkwam en daar een eerdere asielaanvraag deed.
Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Kroatië en voerde aan dat Kroatië slechts een doorreisland was, zijn vingerafdrukken nonder dwang werden afgenomen en dat Kroatië de relevante Europese richtlijnen niet naleeft, wat leidt tot onmenselijke behandeling en onrechtmatige detentie. Hij vreest bij terugkeer opnieuw gedetineerd en mishandeld te worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen. De eerdere ervaringen van eiser in Kroatië betreffen een andere situatie dan de huidige overdracht als Dublinclaimant. Klachtmogelijkheden bij Kroatische autoriteiten zijn aanwezig en niet zinloos.
Gelet op de acceptatie van het terugnameverzoek door Kroatië en het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden acht de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen door Nederland.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en zijn asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is.