Eiser, een Algerijnse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 1 augustus 2025 is opgelegd. Hij betoogt dat er geen zicht op uitzetting is vanwege vertragingen en nieuwe werkwijzen bij de Algerijnse autoriteiten en dat de minister geen kenbare belangenafweging heeft gemaakt.
De rechtbank overweegt dat sinds het vorige onderzoek op 10 oktober 2025 geen nieuwe omstandigheden zijn aangevoerd die het voortduren van de bewaring onrechtvaardigen. De minister heeft voldoende voortvarend gehandeld door meerdere rappels en een vertrekgesprek. De nieuwe werkwijze van de Algerijnse consul, waarbij lp-aanvragen worden beoordeeld via het registratiesysteem, leidt niet tot het ontbreken van zicht op uitzetting.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn verzoek om cijfers over doorlooptijden en communicatie van lp-aanvragen, omdat daarvoor geen aanleiding bestaat. Ook is geen verzwaarde belangenafweging vereist, en de belangenafweging die plaatsvindt is voldoende. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.